ECLI:NL:GHDHA:2015:14
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- M.J. van der Ven
- S.R. Mellema
- V. Disselkoen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over loonbetaling bij situatieve arbeidsongeschiktheid en beëindiging arbeidsovereenkomst
De zaak betreft een geschil tussen [appellante], een administratief medewerkster sinds 1995, en haar werkgever Adfis over de loonbetaling tijdens een periode van situatieve arbeidsongeschiktheid en de beëindiging van haar arbeidsovereenkomst.
Na gesprekken over teruglopende omzet en mogelijke beëindiging van het dienstverband meldde [appellante] zich ziek met spanningsklachten. De bedrijfsarts verklaarde haar medisch geschikt voor werk vanaf 18 april 2011, maar [appellante] hervatte haar werkzaamheden niet en vroeg een second opinion aan. Adfis stopte daarop de loonbetaling. Een verzekeringsarts adviseerde mediation, die plaatsvond maar niet tot herstel van de arbeidsrelatie leidde. [appellante] nam per 27 juni 2011 een andere baan aan.
De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsovereenkomst bestond tot 1 augustus 2013 en veroordeelde Adfis tot loonbetaling over de periode 18 april tot 6 juni 2011. Het hof bevestigt dat vanaf 6 juni 2011 de loonbetalingsverplichting verviel omdat [appellante] zich niet inspande voor terugkeer. De vordering voor buitengerechtelijke kosten wordt deels toegewezen, terwijl de matiging van de wettelijke verhoging tot 10% gehandhaafd blijft.
Het arrest vernietigt het vonnis van de rechtbank voor zover buitengerechtelijke kosten werden afgewezen, veroordeelt Adfis tot betaling hiervan, bekrachtigt het vonnis voor het overige en compenseert de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De loonbetalingsverplichting eindigt per 6 juni 2011, buitengerechtelijke kosten worden deels toegewezen en de matiging van de wettelijke verhoging blijft gehandhaafd.