Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 24 februari 2015
Eurosafe Solutions B.V.,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
“(…)
“Tabel: Gunningcriteria VWoH Tranche II”de kwalitatieve beoordeling van de ontvangen inschrijvingen heeft uitgevoerd.
Grief 1is gericht tegen de weergave van het standpunt van Eurosafe door de voorzieningenrechter, in het bijzonder de overweging dat het RVB de inschrijving van Eurosafe ongeldig heeft verklaard. Eurosafe stelt in dit verband dat zij is uitgesloten wegens belangenverstrengeling. Met
Grief 2komt Eurosafe op tegen de overweging van de voorzieningenrechter dat Bartels Eindhoven en Bartels Apeldoorn deel uitmaken van dezelfde rechtspersoon en door dezelfde leiding worden aangestuurd. Eurosafe betwist niet dat sprake is van één rechtspersoon, maar wel dat de vestigingen door dezelfde leiding worden aangestuurd. Zij stelt voorts dat zij het contactverbod in de aanbestedingsleidraad niet heeft overtreden.
Grief 3richt zich tegen de overweging van de voorzieningenrechter dat Eurosafe het antwoord op vraag 180 niet heeft mogen begrijpen in die zin dat zij in verband met haar inschrijving (enkel) geen gebruik mocht maken van de diensten/adviezen van Bartels Eindhoven en dus wel van die van Bartels Apeldoorn.
Grief 4keert zich tegen het oordeel van de voorzieningenrechter dat uitgangspunt 6 van de Gedragscode zich ertegen verzet dat Eurosafe Bartels zal inschakelen als onderaannemer. Met
grief 5bestrijdt Eurosafe het oordeel van de voorzieningenrechter dat Eurosafe haar rechten heeft verwerkt om te klagen over eventuele strijd van uitgangspunt 6 van de Gedragscode met het communautaire recht, terwijl
grief 6is gericht tegen de afwijzing van de vorderingen als zodanig. De grieven zullen gezamenlijk worden behandeld.
Beslissing
- bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 3 oktober 2014;
- veroordeelt Eurosafe in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van de Staat tot op heden begroot op € 704,- aan verschotten en € 2.682,- aan salaris advocaat, en bepaalt dat deze bedragen binnen veertien dagen na de dag van deze uitspraak moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro verschuldigd is vanaf het einde van voormelde termijn tot aan de dag der algehele voldoening;
- verklaart dit arrest ten aanzien van de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.