Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 8 september 2015
[appellante sub 1] ,
Hoka Den Haag B.V.,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
(…) Ondanks herhaalde waarschuwingen en
Gerechtshof Den Haag
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of Hoka Den Haag B.V. terecht een bedrag van €8.880,77 aan kasgeldschade heeft ingehouden op de eindafrekening van de overleden werknemer [erflater]. De werknemer had het kasgeld, ondanks herhaalde instructies, niet op de juiste plaats opgeborgen, waarna inbraak en diefstal plaatsvond.
De kantonrechter wees de vordering van de erfgenamen af, maar in hoger beroep oordeelde het hof dat de werknemer niet aansprakelijk was voor de schade omdat er geen sprake was van opzet of bewuste roekeloosheid. De instructies waren weliswaar herhaaldelijk gegeven, maar het hof vond geen aanwijzingen dat de werknemer zich bewust was van het roekeloze karakter van zijn handelen.
Ook het verweer van Hoka dat er een overeenkomst was over schadevergoeding via inhoudingen op het salaris, werd verworpen omdat niet was voldaan aan de vereisten van art. 7:661 lid 2 BW Pro. Het hof veroordeelde Hoka tot terugbetaling van het ingehouden bedrag en bijkomende vorderingen, inclusief wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Het vonnis van de kantonrechter werd vernietigd en de kosten werden Hoka opgelegd.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt Hoka tot terugbetaling van onterecht ingehouden kasgeldschade met rente en kosten.