ECLI:NL:GHDHA:2015:2519
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake kennelijk onredelijk ontslag wegens beëindiging managementcontracten
De werknemer was sinds 1985 in dienst bij Jo Tankers en werd in 2010 ontslagen wegens bedrijfseconomische redenen, namelijk het beëindigen van managementcontracten door verkoop en uitvlagging van schepen. De werknemer stelde dat het ontslag een valse reden had en kennelijk onredelijk was, omdat Jo Tankers onderdeel zou zijn van het Odfjell-concern en herplaatsing mogelijk was.
Het hof oordeelde dat Jo Tankers niet tot het Odfjell-concern behoort en dat de opgegeven ontslagreden – het vervallen van de arbeidsplaats door beëindiging van de managementcontracten – niet vals was. De economische motieven en het uitvlaggen naar Noorwegen maakten herplaatsing binnen het concern niet aannemelijk.
Ook het zogenaamde gevolgencriterium faalde: de werknemer had voldoende mogelijkheden om ander werk te vinden, waaronder vrijstelling van werkzaamheden, een sociaal plan met outplacement en een werkgeversbijeenkomst. De werknemer was na ontslag via uitzendwerk aan de slag gegaan, zij het tegen een lager inkomen.
Het hof bevestigde de belangenafweging van de kantonrechter en oordeelde dat het ontslag niet als kennelijk onredelijk kon worden beschouwd. De grieven van de werknemer werden verworpen en het vonnis van 30 mei 2013 werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en oordeelt dat het ontslag niet kennelijk onredelijk is.