Uitspraak
+GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 25 augustus 2015
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
Algemeen
aan eiser (het hof begrijpt: appellant) een aanvullend bedrag van € 603.762,96 te betalen, zijnde het verschil tussen het gevorderde bedrag en het door de rechtbank toegewezen bedrag (€ 954.988,56 - € 351.225,60) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 september 2008 tot aan de dag der algehele voldoening
Het geschil
De betalingen van de rekening van appellant naar de rekening van geïntimeerden (het gehele door appellant ontvangen Zwitserse legaat dat aan geïntimeerden is overgemaakt) zijn door misbruik van omstandigheden verricht, waardoor er onrechtmatig jegens appellant is gehandeld en appellant met recht nu als schadevergoeding de terugbetaling van deze onterechte betalingen kan vorderen. Anderszins kunnen deze onterechte betalingen ook op grond van onverschuldigde betaling worden teruggevorderd, dan wel op grond van het feit dat geïntimeerden via appellant ongerechtvaardigd zijn verrijkt.”
“zo in dankbaarheid mijn over de laatste 10 jaar opgebouwde schulden aan mijn zoon [de jongste zoon] en aan [de partner van de jonste zoon] te vereffenen”gesteld dat dit een schriftelijke natuurlijke verbintenis betreft.
Maandelijkse vergoeding voor verblijf in Frans vakantiehuis
Schuldbekentenissen
Overboekingen van in totaal € 150.000,-
Schenkingen
Overige betalingen en verrekeningen
Recapitulatie
Proceskosten
Beslissing
- voor zover geïntimeerden daarin hoofdelijk zijn veroordeeld een bedrag van € 351.225,60, vermeerderd met de wettelijk daarover met ingang van 2 oktober 2008 verschuldigde rente, aan appellant terug te betalen;
- voor zover het de proceskostenveroordeling betreft;