ECLI:NL:GHDHA:2015:303
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- R.C.A. Duindam
- H.C. Grootveld
- H.A. van Brummen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vergoeding kosten rechtsbijstand mediation na sepot strafzaak mishandeling
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarbij verzoeker vergoeding van kosten voor rechtsbijstand in verband met mediation had gekregen. De strafzaak betrof mishandeling waarbij de officier van justitie zijn vervolgingsbeslissing afhankelijk stelde van de uitkomst van mediation tussen verzoeker en de aangever.
Tijdens mediation werd overeengekomen dat verzoeker en zijn broer een bedrag van €3.600,- aan de aangever zouden betalen als schadevergoeding, waarna de strafzaak werd geseponeerd. Verzoeker vroeg vergoeding van de kosten van rechtsbijstand bij deze mediation op grond van artikel 591a Sv.
Het hof oordeelde dat hoewel artikel 591a Sv niet expliciet mediationkosten noemt, de mediation in dit geval een rechtstreeks verband hield met de strafzaak. Echter, omdat de mediation leidde tot een schadevergoeding door verzoeker, werd dit gelijkgesteld aan een strafzaak die niet eindigt zonder straf of maatregel. Daarom wees het hof het verzoek tot vergoeding af.
Ook het verzoek tot vergoeding van kosten voor het opstellen en behandelen van het verzoekschrift werd afgewezen. Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank en wees het verzoek af.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot vergoeding van kosten voor rechtsbijstand in verband met mediation af.