Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest d.d. 22 december 2015
[naam] B.V.,
[naam] en Co B.V.,
advocaat: mr. J.W. Hilhorst te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer.
Het geding
De beoordeling van het hoger beroep
a. [geïntimeerde] is een accountants- en fiscaal advieskantoor. De heer [X] en enkele andere medewerkers van [geïntimeerde] hebben jarenlang accountancy en fiscaal adviesdiensten verleend aan de ondernemingen van de heer [Y] (hierna: [Y]), waaronder [appellante], en aan [Y] privé.
b. [appellante] is een van de vennootschappen uit de groep van vennootschappen waarvan [Y] tot in oktober 2010 de feitelijke leiding had. [Y] had, via een stichting administratiekantoor waarin twee van zijn kinderen de aandelen hielden, ook de zeggenschap over [appellante]. De vennootschappen Fleuroplus B.V. en FleuroW B.V. maakten naast [appellante] ook onderdeel uit van de onderneming van [Y].
c. [Y] is in oktober 2010 ziek geworden en op 6 februari 2011 overleden.
d. [geïntimeerde] heeft aan [appellante] 11 facturen tot een totaal bedrag van € 31.723,33 gezonden, die door [appellante] niet zijn voldaan.
e. [geïntimeerde] heeft ter verzekering van haar vordering op 1 april 2011 conservatoir beslag gelegd op onroerende zaken van [appellante].
€ 30.360,39 met rente als bedoeld in artikel 6:119a BW over € 29.356,42 vanaf 12 april 2011 alsmede [appellante] veroordeeld in de beslagkosten en proceskosten en nakosten. De vordering in reconventie werd afgewezen. Tegen dit laatste oordeel is geen grief gericht.
Voor dit oordeel was redengevend (samengevat):
a. dat [Y], hoewel hij bekend was met de eerste vijf declaraties (tot oktober 2010) waarbij gedetailleerde urenspecificaties waren gevoegd, daarover nimmer bij [geïntimeerde] heeft geklaagd;
b. dat, als er sprake was geweest van facturatie van werkzaamheden aan [appellante] die in opdracht en voor rekening van een andere vennootschap of voor [Y] privé dienden te worden uitgevoerd, het voor de hand had gelegen dat [Y] Groentjes daarop had gewezen toen zij elkaar in augustus 2010 spraken (op het kantoor van [geïntimeerde] en bij een gezamenlijk bezoek aan de belastingdienst);
c. dat [geïntimeerde] gemotiveerd heeft uiteengezet welke fiscale werkzaamheden voor de groep als geheel zijn verricht; waarbij het ging om complexe fiscale problemen van [appellante], de andere vennootschappen in de groep van [appellante] en [Y] privé, welke in de jaren voor 2010 waren ontstaan. Die kwesties verklaren ook waarom een vennootschap die enkel nog actief was op het gebied van exploitatie van onroerend goed, veel werkzaamheden van [geïntimeerde] afnam. Vanwege de verwevenheid van de vennootschappen binnen de groep waren werkzaamheden vaak moeilijk toe te schrijven aan één vennootschap. [Y] maakte geen scherp onderscheid tussen zijn B.V.’s, ook niet met betrekking tot de vraag welke werkzaamheden precies aan welke B.V. werden gefactureerd door [geïntimeerde]. Het was al jaren gebruikelijk dat [geïntimeerde] het honorarium voor advisering in verband met de inkomstenbelasting van [Y] factureerde aan [appellante] omdat die advisering verband hield met de ondernemingsactiviteiten van [Y]. [appellante] betaalde ook altijd de facturen die met die advisering verband hielden.
Ten tweede betoogt [appellante] dat [geïntimeerde] op het beding in artikel K naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid geen beroep kan doen omdat de termijn onredelijk kort is nu rekening moet worden gehouden met twee dagen verzending en een klant dan op verval van zijn rechten maar 12 dagen zou hebben om zich op de juistheid van een factuur te beroepen. Dit betoogt faalt. De declaraties dateren van 20 mei 2010 tot en met 2 februari 2011. [appellante] heeft pas bij conclusie van antwoord van 17 augustus 2011 bezwaren tegen de declaraties bij [geïntimeerde] kenbaar gemaakt. Dat is geen overschrijding van de overeengekomen klachttermijn die het beroep daarop door [geïntimeerde] naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar maakt.
Beslissing