ECLI:NL:GHDHA:2015:3815
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis inzake onrechtmatige registratie persoonsgegevens door verzekeraar
In deze civiele zaak vordert eiseres, hierna [geintimeerde], verwijdering van haar persoonsgegevens die door Nationale-Nederlanden zijn geregistreerd in verband met vermeende fraude bij schadeafwikkeling.
De feiten betreffen een valincident in 2009, waarna discussie ontstond over schadevergoeding. Nationale-Nederlanden registreerde persoonsgegevens in diverse registers op basis van vermoedens van fraude. De voorzieningenrechter oordeelde dat de gedragingen onvoldoende bewezen waren om de strafrechtelijke persoonsgegevens te mogen verwerken.
Nationale-Nederlanden stelde in hoger beroep vijf grieven in en voerde onder meer niet-ontvankelijkheid aan omdat de juiste procedure niet was gevolgd. Het hof verwierp dit en oordeelde dat ook bij overschrijding van termijnen civielrechtelijke vorderingen mogelijk zijn.
De grieven over onjuiste mededelingen over de toedracht, klachten en inkomsten faalden omdat onvoldoende bewijs bestond dat [geintimeerde] bewust onjuiste informatie gaf met het oog op een hogere uitkering. Ook het bewijsaanbod van Nationale-Nederlanden werd afgewezen wegens onvoldoende specificatie.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter, veroordeelde Nationale-Nederlanden in de kosten van het hoger beroep en verklaarde het arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de registratie van persoonsgegevens onrechtmatig is en veroordeelt Nationale-Nederlanden in de kosten.