ECLI:NL:GHDHA:2015:3821
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur en faillissement Exiton B.V.
Deze civiele zaak betreft de bestuurdersaansprakelijkheid van [appellant], bestuurder van Exiton Holding B.V., en Exiton Holding zelf, als gevolg van het faillissement van Exiton B.V. De curator had hen hoofdelijk veroordeeld tot betaling van het tekort in het faillissement wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur. Het hof bevestigt dat het bewijsvermoeden van artikel 2:248 lid 2 BW Pro niet is ontzenuwd.
De feiten betreffen onder meer het agiobesluit dat leidde tot een verslechtering van de solvabiliteit van Exiton, de opzegging van de kredietfaciliteit door de bank, en het faillissement dat kort daarna werd uitgesproken. [Appellant] voerde aan dat externe factoren zoals gewijzigde marktomstandigheden en kostenstructuur de faillissementsoorzaak waren en dat hij voldoende maatregelen had genomen om het faillissement te voorkomen.
Het hof oordeelt dat deze stellingen onvoldoende aannemelijk zijn gemaakt en dat het agiobesluit en de onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak van het faillissement vormen. Ook is niet aannemelijk dat de genomen maatregelen toereikend waren. De curator heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat het bestuur tekort is geschoten. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bevestigt de hoofdelijke aansprakelijkheid van [appellant] wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur als belangrijke oorzaak van het faillissement van Exiton B.V.