ECLI:NL:HR:2017:215

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 februari 2017
Publicatiedatum
9 februari 2017
Zaaknummer
15/05327
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 2:248 lid 2 BW
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement wegens niet-tijdige publicatie jaarrekening

In deze zaak stond de vraag centraal of eiser aansprakelijk kon worden gehouden als bestuurder van Exiton B.V. vanwege het niet tijdig voldoen aan de publicatieplicht van de jaarrekening, hetgeen volgens art. 2:248 lid 2 BW Pro een vermoeden van onbehoorlijke taakvervulling en een belangrijke oorzaak van het faillissement oplevert.

De procedure begon bij de rechtbank Den Haag met vonnissen van 31 juli 2013 en 8 januari 2014, waarna het gerechtshof Den Haag op 9 juni 2015 een arrest wees dat gedeeltelijk vernietigd werd en verwezen naar de Hoge Raad. Eiser stelde cassatieberoep in tegen dit arrest, maar de Hoge Raad verwierp het beroep zonder nadere motivering, omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.

De curator vorderde daarnaast wettelijke rente over de proceskosten, welke door de Hoge Raad aan eiser werden opgelegd. De conclusie van de Advocaat-Generaal tot verwerping van het cassatieberoep werd gevolgd. De Hoge Raad benadrukte de strenge eisen die aan de weerlegging van het vermoeden van onbehoorlijke taakvervulling worden gesteld, evenals de eisen aan een borgersbrief.

Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken door raadsheer G. de Groot op 10 februari 2017.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

10 februari 2017
Eerste Kamer
15/05327
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. M.E. Bruning,
t e g e n
mr. A.R. DE VRIES-OOSTERVELD, handelend in haar hoedanigheid van curator in het faillissement van Exiton B.V.,
kantoorhoudende te Leiden,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. M.M. Stolp en mr. A.M. van Aerde.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de curator.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/09/441656/HA ZA 13-460 van de rechtbank Den Haag van 31 juli 2013 en 8 januari 2014;
b. het arrest in de zaak 200.141.363 van het gerechtshof Den Haag van 9 juni 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De curator heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep en vordert wettelijke rente over de toe te wijzen proceskosten.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 23 december 2016 op die conclusie gereageerd. De Hoge Raad heeft deze brief terzijde gelegd, nu deze niet is beperkt tot een beknopte reactie op de conclusie en de omvang van de reactie niet wordt gerechtvaardigd door nieuwe elementen in de conclusie.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 393,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, M.V. Polak, C.E. du Perron en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
10 februari 2017.