Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 17 maart 2015
Ziut B.V.,
Gemeente Alblasserdam,
Gemeente Dordrecht,
Gemeente Sliedrecht,
Gemeente Zwijndrecht,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
“De vragen van de interviews kennen geen goed of fout antwoord. Met zijn antwoorden kan de inschrijver laten zien dat hij snapt wat de Aanbestedende Dienst wil en of hij het vermogen heeft om effectief invulling te geven aan het contract. Dat is dan ook waar de beoordelingscommissie tijdens het interview op let:
bekendheid met de uitvraag van de Aanbestedende Dienst;
bekendheid met de eigen aanbieding;
vermogen om zelfstandig en effectief te handelen gedurende de contractduur;
vermogen om invulling te geven aan het contract.”
bekendheid met de uitvraag van de Aanbestedende Dienst;
bekendheid met de eigen aanbieding;
de mate waarin zelfstandig en effectief wordt gehandeld gedurende de contractduur;
de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het contract.
grief Ikomt Ziut op tegen het oordeel van de voorzieningenrechter dat Ziut niet aan de financiële eisen voldoet. Ziut stelt dat over de financiële geschiktheid van de inschrijvers ten tijde van de zitting in eerste aanleg niets bekend was en dat de voorzieningenrechter buiten het rechtsgeding tussen partijen is getreden. Met
grief IIbetoogt Ziut dat het bestreden vonnis innerlijk tegenstrijdig is. Ziut stelt in dit verband dat de voorzieningenrechter ten onrechte uit het feit dat vijf inschrijvers hebben ingeschreven, heeft afgeleid dat de gestelde financiële eisen niet disproportioneel zijn omdat (i) dit een onjuiste maatstaf is en (ii) over de financiële geschiktheid van de inschrijvers nog niets bekend is.
Grief IIIis gericht tegen het oordeel van de voorzieningenrechter dat op Ziut de bewijslast rust ten aanzien van de financiële ongeschiktheid van de inschrijvers. Met
grief IVkomt Ziut op tegen rechtsoverweging 4.2 van het vonnis waarin is geoordeeld dat Ziut heeft gehandeld in strijd met de goede procesorde door ter zitting nieuwe stellingen in te nemen.
Grief Vricht zich tegen de proceskostenveroordeling.
Beslissing
opnieuw rechtdoende,
- gebiedt de gemeenten de in het geding zijnde aanbestedingsprocedure in te trekken en verbiedt de gemeenten op basis van onderhavige procedure tot gunning over te gaan;
- gebiedt de gemeenten om, indien zij de onderhavige opdracht nog willen laten uitvoeren, een aanbestedingsprocedure te volgen in overeenstemming met de eisen die daaraan op grond van de Aanbestedingswet 2012 alsmede de beginselen van het aanbestedingsrecht worden gesteld;
- veroordeelt de gemeenten hoofdelijk tot terugbetaling aan Ziut van al hetgeen Ziut op grond van het vonnis van 26 november 2014 aan de gemeenten heeft voldaan of door de gemeenten zal zijn verhaald, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de dag der betaling door Ziut, althans vanaf de dag van het verhaal door de gemeenten, tot aan de dag van terugbetaling;
- veroordeelt de gemeenten in de kosten van het geding in eerste aanleg, aan de zijde van Ziut tot op 26 november 2014 begroot op € 608,- aan griffierecht, € 77,52 aan explootkosten en € 816,- aan salaris advocaat;
- veroordeelt de gemeenten in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van Ziut tot op heden begroot op € 704,- aan griffierecht, € 77,52 aan explootkosten en € 2.682,- aan salaris advocaat;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.