Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 31 maart 2015
[naam],
Ardea Auto B.V.,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
“De afgelopen maanden bereikten mij
dat u binnen het bedrijf van uw werkgever
“(…) Ik heb hem[ = [P]]
(…) gezegd dat als hij iets extra’s wilde regelen voor personeelsleden, dat uit zijn eigen zak en/of een inzameling onder het personeel moest gebeuren en niet anders (…)”.Uit de door […] gebezigde bewoordingen zoals door [P] aangehaald namelijk “
dat hij, [P],
het bekostigen van attenties anders(dan via een te declareren kassabon)
moest regelen” (of woorden van gelijke strekking; het ging daarbij om een beweerde opmerking van […] naar aanleiding van een door [P] aangeschafte kaart en babysokjes), kan het hof het gelijk van [P] ook niet afleiden.
Beslissing
- bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de kantonrechter van 28 januari 2013;
- veroordeelt [P] in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van Ardea tot op heden begroot op de kosten zoals hieronder nader gespecificeerd :