Uitspraak
Ontwikkelingsmaatschappij “het nieuwe Westland” C.V.,
Ontwikkelingsmaatschappij “het nieuwe Westland” B.V.,
“De betaling en juridische levering van de grond zal in 8 regelmatige termijnen gefactureerd worden op de 15e van iedere eerste maand van een kwartaal tot eind 2010.”In de reactie van BAM van 22 februari 2008 op die brief is onder meer opgenomen:
“9. De betaling en juridische levering van de gronden op vaste tijdstippen niet akkoord. Levering en betaling bij bruikbare bouwvergunning. Eventueel kunnen nader afspraken worden gemaakt over de data indienen bouwvergunning.”In een e-mail van [V], verbonden aan de Gemeente Westland en projectleider bij ONW, van 4 maart 2008 aan onder anderen [K], verbonden aan BAM, is vastgesteld dat het door ONW neergelegde “compromisvoorstel” in de brief van 8 februari 2008 is verworpen en dat partijen
“blijven steken in de voortgang”. In een volgende e-mail van 25 maart 2008 van [V] is onder meer opgenomen:
“Vanwege jouw kritiek op de door de ONW-voorgestelde betalingsregeling heb ik een alternatief uitgewerkt. Volgens dit alternatief vindt betaling en levering plaats op drie vaste data in 2009, 2010 en 2011. Indien op die data echter nog geen gebruik kan worden gemaakt van een uitwerkingsplan ex artikel 11 WRO Pro, dan vindt uitstel plaats van de betaling/levering. Dit alternatief ondervangt het volgende: - BAM betaalt pas en krijgt pas geleverd als er voldoende planologische zekerheid is dat op de grond ook daadwerkelijk gebouwd kan worden; - ONW is voor de betaling niet afhankelijk van de tijd die BAM nodig heeft om aan de indieningsvereisten voor een bouwvergunningaanvraag te voldoen. Het alternatief heb ik als volgt geformuleerd (…).”
“(…) In de bespreking van 9 april jl. drong […] aan op flexibiliteit t.a.v. het Bouwprogramma/Planning, voor de situaties dat hiertoe aanleiding is zoals bijvoorbeeld marktontwikkelingen. Deze flexibiliteit is in de SOK op de volgende manier vormgegeven: (…).”
nadat de in de bodem gelegen explosieven en hierop bestaande opstallen, opstanden en bovengrondse en ondergrondse obstakels in zodanige mate en op zodanige wijze zijn verwijderd dat de desbetreffende grond geschikt is voor de beoogde bebouwing c.q. inrichting, tenzij dat uitdrukkelijk anders is bepaald in deze Overeenkomst; en
waarop zich op of in de bodem geen stoffen bevinden in concentraties welke de eisen van het terzake bevoegde gezag voor gronden met de beoogde bestemming c.q. inrichting overschrijden; en
dat beantwoordt aan de definitie van “bouwterrein” zoals gedefinieerd in de Wet op de omzetbelasting 1968.
De grondexploitatie is voor rekening en risico van ONW.
De opstalexploitatie is voor rekening en risico van BAM.
ONW verwerft de Percelen in het Plangebied die nog niet in eigendom zijn van Partijen.
ONW draagt zorg voor de inrichting van het openbaar gebied, rekening houdend met de eisen van de Gemeente zoals aangegeven in het gemeentelijk Programma van Eisen.
ONW is verantwoordelijk voor gebiedspromotie.
“Wij concluderen dat er geen overeenstemming is over de omvang van de fases 2 en 3. Wij gaan er derhalve van uit dat per 1 april 2010 artikel 4.7 van de samenwerkingsovereenkomst (SOK) van toepassing zal zijn. (…) Wij wijzen er tevens op dat de betalingsverplichting per 1 april 2010 bestaat ongeacht de stand van de uitwerkingsplanprocedure en ongeacht de staat van bouwrijpheid van de grond. Met de redactie van artikel 4.7 van de sok is hiervan uitgegaan om in de functie van vangnet te kunnen voorzien.”In een brief van 4 mei 2010 van ONW aan AM is daaraan toegevoegd dat
“latere betalingen met rente (worden) belast vanaf 1 april 2010.”Dit standpunt is door ONW herhaald in brieven van 5 juli 2010, 23 december 2010 en 9 november 2011.
Grief Iin het
principale appelkomt op tegen de beslissing van de rechtbank dat partijen harde leverings- en betalingsdata in 2009, 2010 en 2011 voor respectievelijk de fases 1, 2 en 3 zijn overeengekomen die als fatale termijnen moeten worden aangemerkt.
Grief IIis gericht tegen de beslissing van de rechtbank dat AM als koopsom het bedrag van € 7.491.780,- moet betalen. Met
grief IIIkomt AM op tegen de beslissing van de rechtbank dat AM de wettelijke handelsrente verschuldigd is met ingang van de data die zijn opgenomen in artikel 4.4 van de SOK.
Grief IVis gericht tegen de uitgesproken kostenveroordeling en de veroordeling van AM in de buitengerechtelijke kosten.
Grief Iin het
incidenteel appelricht zich tegen de afwijzing door de rechtbank van de vordering van ONW tot veroordeling van AM tot betaling van een boete op grond van artikel 14 van Pro de als bijlage 6 aan de SOK gehechte model-overeenkomst.
“aan de indieningsvereisten voor een bouwvergunningaanvraag te voldoen.”Uit deze toelichting is af te leiden dat de discussie over de vraag of vaste data zouden worden gehanteerd, niet uitsluitend in het voordeel van ONW is uitgevallen in die zin dat er op de genoemde termijnen zonder meer geleverd (en betaald) moest worden, maar dat er een uitzondering is gecreëerd voor het geval een uitwerkingsplan nog niet gereed was of de grond niet bouwrijp kon worden opgeleverd. Dat er aldus een middenweg is gevonden sluit ook aan bij de e-mail van 4 maart 2008, waarin immers was geconstateerd dat partijen bleven steken in de voortgang, en bij de e-mail van 15 april 2008, waaruit (opnieuw) blijkt dat partijen een discussie hebben gevoerd over het inbouwen van flexibiliteit in de overeenkomst.
21.Grief Islaagt daarom.
Grief IIfaalt.
25.Grief IIIslaagt daarom.
Grief Iin het incidentele appel faalt daarom. ONW dient als de in het ongelijk gestelde partij in het incidentele appel te worden veroordeeld in de kosten van het geding.
doch uitsluitendvoorzover daarbij de vordering tot betaling van wettelijke rente (achter 5.1, laatste anderhalve regel) en wettelijke handelsrente van € 3.253.769,52 is toegewezen (achter 5.4 van het dictum), en AM in de kosten van het geding is veroordeeld (achter 5.6),
in zoverre opnieuw rechtdoende:
- wijst de vorderingen van ONW tot betaling van wettelijke handelsrente af;
- bekrachtigt het bestreden vonnis voor het overige;
- veroordeelt ONW hoofdelijk tot terugbetaling aan AM van al hetgeen door AM op grond van het vonnis aan wettelijke handelsrente is voldaan, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der betaling door AM, althans vanaf de dag van het verhaal door ONW, tot aan de dag der algehele terugbetaling;
- compenseert de kosten van het geding in eerste aanleg en in hoger beroep in die zin dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.
- verklaart de veroordelingen in dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af het in hoger beroep meer of anders gevorderde.
- verwerpt het incidentele beroep;
- veroordeelt ONW in de kosten van het incidentele appel, tot op heden aan de zijde van AM begroot op € 2.290,- aan salaris advocaat.