ECLI:NL:GHDHA:2016:1313
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- T.G. Lautenbach
- J.E.H.M. Pinckaers
- R.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Geen causaal verband tussen onrechtmatig beslag en schade, proceskosten deels toegewezen
Deze civiele zaak betreft een geschil tussen appellant en geïntimeerde over onrechtmatige beslaglegging door geïntimeerde namens een derde partij. Appellant stelt dat het beslag hem heeft verhinderd financiering te verkrijgen voor aankoop en behoud van een onroerende zaak, waardoor hij aanzienlijke schade heeft geleden.
De rechtbank oordeelde dat geïntimeerde onzorgvuldig had gehandeld door beslag te leggen zonder voldoende zekerheid over de volmacht, maar wees de meeste schadevergoedingen af wegens gebrek aan causaal verband tussen het beslag en de gestelde schade. Appellant ging in hoger beroep tegen deze afwijzing, terwijl geïntimeerde incidenteel appel instelde tegen de veroordeling tot proceskosten.
Het hof bevestigt dat appellant onvoldoende bewijs leverde dat het beslag daadwerkelijk de financiering blokkeerde, en dat verklaringen van zijn adviseurs onvoldoende objectief waren. Ook wees het hof de schadeclaims toe aan derden of aan door appellant zelf gelegde beslagen. De proceskostenveroordeling van de rechtbank wordt grotendeels bekrachtigd, met een beperkte vergoeding voor kosten van rechtsbijstand. Het hof benadrukt dat een advocaat zich zorgvuldig moet vergewissen van de bevoegdheid tot beslaglegging, mede ter bescherming van derden.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het causaal verband tussen beslag en schade ontbeert en wijst de meeste schadevergoedingen af, met beperkte vergoeding van proceskosten.