Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 14 juni 2016
Het geding
De verdere beoordeling van het hoger beroep
“Machtiging verweer in de door [appellanten] jegens de Vereniging van Eigenaars aanhangig gemaakte procedure, thans bij het gerechtshof Den Haag onder zaak nummer 200.157.647/01.”
“Machtiging verweer in de door [appellanten] jegens de Vereniging van Eigenaars aanhangig gemaakte procedure, thans bij het gerechtshof Den Haag onder zaak nummer 200.157.647/01.
thansaanhangig is bij het gerechtshof Den Haag. Uit het gebruik van het woord “thans” moet worden afgeleid dat het besluit betrekking heeft op de gehele procedure, dus ook die in eerste aanleg.
wederpartij. De ratio van het bepaalde in artikel 3:69 lid 3 BW Pro is dan ook de rechtszekerheid voor die wederpartij. Het artikellid strekt aldus ter bescherming van die wederpartij en geeft deze de vrijheid zich terug te trekken uit een overeenkomst die door een onbevoegd gevolmachtigde is gesloten, of gebondenheid aan een dergelijke rechtshandeling te blokkeren. Die ratio van bescherming van een wederpartij doet zich in dit geval, waarin [appellanten] als eisers procederen tegen de VVE, echter niet voor. Zij zijn weliswaar wederpartij in deze procedure, maar niet wederpartij in de zin van artikel 3:69 lid 3 BW Pro bij een onbevoegd verrichte rechtshandeling. Het beroep op artikel 3:69 lid 3 BW Pro faalt ook daarom.
Grief VIfaalt daarom. Het hof zal thans de overige grieven bespreken.
Grief IIfaalt dan ook. De kostenposten 1, 2, 4 en 6 zijn door de rechtbank terecht als niet-gemeenschappelijke zaken en gedeelten aangemerkt.
Grief IIIslaagt daarom.
oordeelvan de rechtbank (achter 4.20 van het vonnis; [appellanten] verwijzen abusievelijk naar overweging 4.18), maar slechts op de
overwegingendie aan het oordeel ten grondslag liggen. Niet valt in te zien welk belang [appellanten] daarbij in dit geval hebben. De grief faalt daarom.
Beslissing
nietvoor recht is verklaard dat de uitwerking van het besluit van de VVE van 15 december 2011, zoals bekrachtigd in de ALV van 9 mei 2012, nietig is voor zover daarin de kostenpost “afschotcorrectie troffelvloer” als privé-kosten zijn aangemerkt en de VVE niet is veroordeeld die kostenpost conform de breukdelen over alle leden van de VVEom te slaan,
- verklaart voor recht dat de uitwerking van het besluit van de VVE van 15 december 2011, zoals bekrachtigd in de ALV van 9 mei 2012, nietig is voor zover daarin de kostenpost “afschotcorrectie troffelvloer” als privé-kosten zijn aangemerkt;
- veroordeelt de VVE de kostenpost “afschotcorrectie troffelvloer” conform de breukdelen over alle leden van de VVE om te slaan;
- bekrachtigt het vonnis voor het overige;
- verklaart dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
- veroordeelt [appellanten] in de kosten van het geding in hoger beroep aan de zijde van de VVE begroot op 704,- aan verschotten en € 1.788,- aan salaris advocaat;
- wijst af het in hoger beroep meer of anders gevorderde.