Conclusie
Aanvullingen en wijzigingen van het Modelreglement 1992.
Artikel 2/3
Artikel 11/13/18.
Slotbepalingen
Het toepasselijke Modelreglement 1992.
2.Bespreking van het cassatiemiddel
De vervanging van de gemetselde buitengevel door een glazen pui.
eerste tussenkopjebevat drie klachten.
“Conform de splitsingsakte mag de winkel over haar eigen winkelruimte beslissen. Optie 1 is daarmee toegestaan, en hier heeft de Lidl geen toestemming van de VvE voor nodig.”Uit de notulen blijkt, aldus de klacht, dat de vergadering tegen “optie 2” (waarbij niet alleen de gevel maar ook het balkon werd aangepast) stemde om daarna te concluderen:
“Dit houdt in dat Optie 2 is afgewezen, en de Lidl Optie 1 zal uit gaan voeren.”Lidl zou er daarom op hebben mogen vertrouwen dat zij “optie 1” kon en mocht uitvoeren.
derde tussenkopje, dat twee klachten bevat, heeft betrekking op de verwerping van het beroep op de klachtplicht in rov. 8 van het arrest. Het hof heeft aldaar als volgt overwogen:
onderdeel 2 (vierde tussenkopje) [40] wordt geklaagd dat het oordeel van het hof in de rov. 17 en 18 onbegrijpelijk dan wel rechtens onjuist is nu Lidl gezien de gang van zaken mocht afgaan op de gegeven toestemming. Daartoe wordt aangevoerd dat Lidl erop mocht vertrouwen dat de VvE toestemming had gegeven voor de plaatsing van de glaspui omdat (i) de VvE op de vergadering van 29 juli 2013 met Lidl van oordeel was dat er geen toestemming nodig was voor de glaspui dan wel dat de VvE toen akkoord is gegaan met die wijziging, zodat de verbouwing dus niet op onrechtmatige wijze is aangevangen; (ii) gedurende de verbouwing door de VvE geen enkele indicatie is gegeven dat zij van mening was dat de glaspui niet mocht worden uitgebreid; dat de VvE van mening is veranderd, heeft zij niet (tijdig) laten weten en (iii) dat Lidl toestemming voor de verbouwing heeft gekregen van Lanvas, haar verhuurster en lid van de VvE; eventueel onrechtmatig handelen zou dus niet aan Lidl zijn toe te rekenen en dat raakt ook de veroordeling van dat Lidl tot ongedaanmaking van de verbouwing.
Van Wijk c.s./VvE De Prinsenwerf. [53] Het onderdeel klaagt daarnaast dat het oordeel onvoldoende is gemotiveerd nu het hof niet kenbaar heeft meegewogen dat Lidl heeft gesteld dat de bestemming als bedrijfsruimte en de noodzaak om het dak in dat kader te gebruiken, in combinatie met de aanduiding op de splitsingstekening van de looppaden en de vluchtroutes, meebrengen dat objectief is vast te stellen dat slechts deze looppaden en vluchtroutes gemeenschappelijk zijn. [54]
“ook al onderscheidt zij zich van de gangbare executiemiddelen
”. [63]
Vanseer/Gewestelijk Stedenbouwkundig Inspecteurheeft het BenGH het volgende over het onderscheid tussen uitvoeringstermijn en respijttermijn overwogen:
Vlaams Gewest/Jeca, toev. A-G] geoordeeld dat de termijn die de rechter toekent voor de uitvoering van de hoofdveroordeling (uitvoeringstermijn) en de termijn na verloop waarvan de dwangsom zal zijn verbeurd (respijttermijn) een verschillende juridische aard en strekking hebben.