Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 28 juni 2016
[appellant],
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
onder protestakkoord gaat met betaling van dit bedrag uiterlijk 1 oktober 2012, waarbij hij zich nog afvraagt of er geen sprake is van misbruik van recht. Daarnaast is het hof van oordeel dat bovengenoemde e-mails van [appellant], in combinatie met de daarmee samenhangende e-mails van [geïntimeerde], niet hebben geleid tot een overeenkomst tussen partijen inhoudende dat [appellant] de vordering van [geïntimeerde] zal betalen en zal afzien van zijn recht om deze verder nog te betwisten. Het voorgaande betekent dat de e-mails van 21 mei en 10 september 2012 niet tot gevolg hebben dat [appellant] gehouden is de vordering van [geïntimeerde] te voldoen. De grieven slagen derhalve.
opzettelijkeen te hoge factuur ten laste van [appellant] heeft opgemaakt. Ook vordering (3) is niet toewijsbaar nu [appellant] niet heeft onderbouwd waarom sprake zou zijn van misbruik van recht. Het enkele feit dat niet de gehele vordering van [geïntimeerde] toewijsbaar is, houdt nog niet in dat [geïntimeerde] met opzet heeft geprobeerd [appellant] te benadelen of enig recht heeft misbruikt. Voor zover [appellant] met vordering (3) beoogt een verklaring voor recht te verkrijgen die er in feite op neerkomt dat niet alles wat [geïntimeerde] aan [appellant] in rekening bracht toewijsbaar is, geldt dat [appellant] daarbij geen belang heeft nu dit reeds is verwerkt in de beoordeling van de vordering in conventie.