ECLI:NL:GHDHA:2016:1984
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsing uitvoerbaarverklaring bij voorraad in verrekenbedinghuwelijkse voorwaarden
In deze civiele zaak vordert de man in hoger beroep schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van een vonnis waarin hij is veroordeeld tot betaling van een bedrag aan de vrouw, voortvloeiend uit een verrekenbeding in huwelijkse voorwaarden en verdeling van gemeenschappelijke zaken.
De rechtbank had de man veroordeeld tot betaling van € 424.655,50 in acht jaarlijkse termijnen, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De man betwist de hoogte van de verrekeningsverplichting en stelt dat hij minder verschuldigd is. Hij vordert daarom schorsing van de uitvoerbaarheid om het restitutierisico te beperken.
Het hof overweegt dat de uitvoerbaarverklaring bij voorraad in eerste aanleg onderwerp van debat was en dat de man feiten en omstandigheden moet stellen die na de uitspraak zijn ontstaan en rechtvaardigen dat van die beslissing wordt afgeweken. De man heeft dit niet voldoende gedaan; zijn stelling over het restitutierisico is onvoldoende onderbouwd en betreft geen nieuwe feiten.
Daarom wijst het hof de incidentele vordering af en veroordeelt de man in de kosten van het incident. De zaak wordt verwezen naar de rol voor verdere behandeling van de hoofdzaak.
Uitkomst: Het hof wijst de incidentele vordering tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad af en veroordeelt de man in de kosten van het incident.