Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 19 juli 2016
[geïntimeerde],
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
Bij onderzoek van de onderhavige cirkelzaagmachine zag ik dat;
Bij de cirkelzaagmachine geen beschermkap was gemonteerd en ook niet aanwezig was op de vestiging (…).
Er geen spouwmes was gemonteerd en ook niet aanwezig was op de vestiging (…).
Er geen geleider was gemonteerd en ook niet aanwezig was op de vestiging (…).
Er geen duwhout aanwezig was.
De ELU cirkelzaakmachine, hierna te noemen zaagmachine, eigendom is van Reconse Facilitair B.V.
Er geen gebruikershandleiding van de onderhavige zaagmachine, binnen Reconse Facilitair B.V. aanwezig was.
De verplichte beschermkap in de ongevalsituatie niet was gemonteerd.
Deze beschermkap ook niet binnen de vestiging van Reconse Facilitair B.V. aanwezig was en niet bekend was waar deze zich zou kunnen bevinden.
Het spouwmes in de ongevalsituatie niet was gemonteerd.
Dit spouwmes ook niet binnen de vestiging van Reconse Facilitair B.V. aanwezig was en niet bekend was waar deze zich zou kunnen bevinden.
De geleider in de ongevalsituatie niet was gemonteerd.
In de ongevalsituatie voor deze zaagwerkzaamheden, die het slachtoffer verrichtte, de volgens de voorschriften vereiste beschermingsmiddelen, beschermkap, spouwmes en geleider niet waren gebruikt.
Het slachtoffer voornoemde beschermingsmiddelen niet heeft kunnen gebruiken omdat de beschermingsmiddelen niet door Reconse Facilitair B.V. ter beschikking waren gesteld.
Doordat het werkstuk tijdens het zagen, doorhet ontbreken van de geleiderkennelijk niet de juiste lijn (zaagsnede) heeft kunnen volgen en doorhet ontbreken van het spouwbladhet werkstuk kennelijk is gaan wringen.
Doordat het slachtoffer daarbij waarschijnlijk kracht heeft moeten uitoefenen om het werkstuk alsnog gezaagd te krijgen is het werkstuk of zijn hand kennelijk weggeschoten en daarbij,door het ontbreken van de beschermkap, met zijn hand het onbeschermde draaiende zaagblad heeft geraakt. (...)”