De zaak betreft een arbeidsrechtelijk geschil tussen [appellant], een docent bij het Nederlands Astmacentrum Davos (NAD), en NAD c.s. over de correcte berekening en betaling van achterstallig loon. De arbeidsovereenkomst was gekoppeld aan de CAO Ziekenhuiswezen en een nadere regeling die het salaris koppelde aan de CAO Onderwijs via een vaststellingsovereenkomst.
Na langdurige correspondentie en berekeningen door een extern bureau (Zaal) ontstond onenigheid over de juiste toepassing van de salarisafspraken, met name over de toepassing van een ADV-toeslag en de juiste koerscorrecties. De kantonrechter had NAD veroordeeld tot betaling van een bedrag aan achterstallig loon, vermeerderd met wettelijke verhoging en rente.
In hoger beroep heeft NAD onder meer een beroep op dwaling gedaan en vorderingen tot terugbetaling ingediend, terwijl [appellant] de toekenning van achterstallig loon en kosten vorderde. Het hof oordeelt dat de vaststellingsovereenkomst bindend is en wijst het beroep op dwaling af. Het hof bevestigt dat over de periode tot 1 augustus 1998 moet worden afgerekend volgens de overeengekomen schema's, maar wijst de vordering over de periode daarna af vanwege vervallen ADV-toeslag.
Het hof veroordeelt NAD tot betaling van Sfr 32.446,09 bruto achterstallig loon plus wettelijke verhoging en rente vanaf 1 augustus 1998, en veroordeelt [appellant] tot terugbetaling van onverschuldigde bedragen. De kosten van het incidenteel hoger beroep worden gecompenseerd, terwijl [appellant] de kosten van het principale appel draagt.