Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
- namens de betrokkene zijn advocaat;
- de curator, bijgestaan door zijn advocaat.
Gerechtshof Den Haag
De betrokkene, een man onder curatele gesteld sinds 2012 en TBS-patiënt, was in hoger beroep gekomen tegen de opheffing van zijn ondercuratelestelling door de kantonrechter. Hij voerde aan dat de curatele noodzakelijk is om zijn financiële situatie te beheersen en dat het opheffen hiervan problematisch zou zijn, mede omdat de curator geen nieuwe curator had aangewezen.
De curator stelde dat voortzetting van de curatele niet zinvol was omdat de betrokkene geen inkomen heeft, niet aan het maatschappelijk verkeer deelneemt en de schuldeisers op de hoogte zijn. De betrokkene verblijft in een TBS-kliniek waar hij begeleiding ontvangt, waardoor verdere bescherming via curatele niet noodzakelijk is.
Het hof overwoog dat het heffen van griffierecht in deze zaak een ontoelaatbare belemmering van het recht op toegang tot de rechter zou vormen, gezien het ontbreken van inkomen en vermogen bij de betrokkene. Het hof bevestigde de opheffing van de ondercuratelestelling, omdat voortzetting niet zinvol is zolang de betrokkene in de kliniek verblijft en geen deelneemt aan het maatschappelijk verkeer.
De betrokkene had niet aannemelijk gemaakt dat hij binnen afzienbare tijd uit de kliniek zou worden ontslagen. Het hof stelde dat zodra de betrokkene weer aan het maatschappelijk verkeer kan deelnemen, passende maatregelen genomen kunnen worden. De beschikking van de kantonrechter werd bekrachtigd en het griffierecht werd kwijtgescholden.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de opheffing van de ondercuratelestelling en stelt vast dat de betrokkene geen griffierecht hoeft te betalen.