Uitspraak
1 december 2014 van de rechtbank Den Haag.
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat.
Gerechtshof Den Haag
De zaak betreft de vaststelling van het vaderschap van de man ten aanzien van een minderjarige en de vaststelling van kinderalimentatie. De man betwist het biologisch vaderschap ondanks een DNA-onderzoek dat met 99,99% zekerheid zijn vaderschap bevestigt. Hij voert aan dat hij door detentie en omstandigheden geen contact met de vrouw had en betwist financiële en administratieve feiten.
De vrouw stelt dat het DNA-onderzoek sluitend bewijs levert en dat de man zijn tegenbewijs niet heeft geleverd. Het hof oordeelt dat het vaderschap vaststaat omdat de man het DNA-onderzoek niet heeft betwist en geen tegenbewijs heeft geleverd. De man is daardoor gehouden tot betaling van kinderalimentatie.
Wat betreft de alimentatie stelt het hof vast dat de behoefte van het kind, inclusief kinderopvangkosten, circa €285 per maand bedraagt. De man heeft een zeer beperkte draagkracht vanwege een laag inkomen en hoge schulden. De vrouw heeft eveneens beperkte draagkracht. Het hof bepaalt dat de man een minimale bijdrage van €25 per maand moet betalen, met terugwerkende kracht vanaf 3 september 2013.
De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd. De bestreden beschikking wordt vernietigd voor wat betreft de alimentatie en in zoverre opnieuw vastgesteld. De overige punten worden bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt het vaderschap en legt een minimale kinderalimentatie van €25 per maand op met terugwerkende kracht vanaf 3 september 2013.