ECLI:NL:RBROT:2020:7701
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontbinding huurovereenkomst ondanks huurachterstand wegens inlopen achterstand
De zaak betreft een geschil tussen verhuurder Havensteder en huurder over een huurachterstand en de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst. Havensteder vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning wegens een huurachterstand van ruim drieënhalve maand. De huurder erkende de achterstand, maar betoogde dat deze inmiddels was ingelopen tot minder dan drie maanden en dat ontbinding onredelijk zou zijn vanwege zijn kwetsbare positie.
De kantonrechter stelde vast dat de huurachterstand op het moment van de dagvaarding € 2.090,27 bedroeg en dat deze op 1 juli 2020 was teruggebracht tot € 1.240,27. De huurder had structureel betalingen gedaan om de achterstand in te lopen. De kantonrechter oordeelde dat een huurachterstand van minder dan drie maanden geen ontbinding rechtvaardigt, mede gelet op de omstandigheden van de huurder.
Daarnaast stelde Havensteder dat er sprake was van overlast, maar dit werd onvoldoende onderbouwd en niet bewezen verklaard. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente werd toegewezen. De huurder werd veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur, incassokosten, rente en proceskosten. De ontbinding en ontruiming werden afgewezen.
Uitkomst: De vordering tot ontbinding en ontruiming wordt afgewezen omdat de huurachterstand is ingelopen tot minder dan drie maanden.