Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
1.ARS Traffic & Transport Technology B.V.,
1.ARS Traffic & Transport Technology B.V.,
1.Het verloop van het geding
2.Beoordeling van het hoger beroep
Aantal te verkrijgen certificaten = 200 + 50% van het aantal certificaten dat reeds in mei 2004 in bezit was.
Aantal te verkrijgen opties = 200 + Aantal certificaten dat in deze tranche is aangekocht.
.[geïntimeerde] heeft gevorderd dat ARS c.s. worden veroordeeld om hem 1840 certificaten te leveren tegen een koopprijs van € 109,30 per certificaat. Hij heeft het aantal van 1840 als volgt toegelicht:
- In mei 2004 beschikte [geïntimeerde] over 400 certificaten en 840 (oude) opties.
- In augustus 2004 heeft [geïntimeerde] aan ARS T&TT laten weten dat hij de oude opties wilde converteren in nieuwe opties.
- In augustus 2004 heeft [geïntimeerde] ook aan ARS T&TT laten weten dat hij 600 opties wenste te ontvangen en 400 certificaten wenste te kopen. De opties en certificaten zijn echter nimmer geleverd.
- Op 8 november 2009 heeft [geïntimeerde] aan ARS T&TT laten weten dat hij al zijn opties wenste uit te oefenen.
grief 1 in principaal appelals de
grief in incidenteelappel is gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat ARS T&TT op grond van het Memo 2004 nog 1000 certificaten aan [geïntimeerde] dient te leveren. ARS c.s. betogen dat de zij niet gehouden zijn de certificaten te leveren, terwijl [geïntimeerde] betoogt dat niet 1000, maar 1840 certificaten moeten worden geleverd.
tweede grief in principaal appelgericht. ARS c.s. betogen dat de rechtbank ten onrechte het rapport van Marktlink heeft gevolgd. Dit rapport is een partijrapport van de zijde van [geïntimeerde] . Bovendien heeft Marktlink de waarde van de certificaten ten onrechte vastgesteld aan de hand van de DCF-methode in plaats van de rentabiliteitsmethode, aldus ARS c.s.
terugkoopvan certificaten door ARS T&TT. In de jaren 2000 tot en met 2012 zijn binnen ARS T&TT uiteenlopende waarderingsmethodes gehanteerd voor de vaststelling van de waarde van opties en certificaten bij
verkoopdoor ARS T&TT. Zo werd deze verkoopprijs in 2001 bepaald aan de hand van de waarde van ARS T&TT ultimo 2000, welke waarde werd vastgesteld op 12,5x de netto winst. Voor de prijsbepaling in 2002 werd de waarde van ARS T&TT echter vastgesteld op 10x de nettowinst. In het Memo 2004 is een andere waarderingsmethode gebruikt, die erop neerkomt dat – zo wordt in de Bijlage bij het Memo 2004 omschreven – de waarde van de certificaten wordt vastgesteld aan de hand van de rentabiliteitswaarde van de onderneming over een langere periode.
grief 3 in principaal appelkomen ARS c.s. op tegen dit oordeel. ARS c.s. voeren aan dat Marktlink het bedrag aan winstdeling veel te hoog heeft vastgesteld. Marktlink zou een eigen systematiek hebben gehanteerd, die afwijkt van de systematiek op grond waarvan ARS c.s. in 2005 en 2006 de winstdeling voor de afdeling Consulting (en dus ook voor [geïntimeerde] ) heeft berekend. ARS c.s. hebben hun partijdeskundige Hermes gevraagd de winstdeling vast te stellen aan de hand van dezelfde systematiek als die is gevolgd in de jaren 2005 en 2006. Op grond van het rapport Hermes komt volgens ARS c.s. aan [geïntimeerde] een bedrag aan winstdeling toe van € 8.200,- over 2007 en € 9.717,- over 2008, terwijl de winstdeling over de jaren daarop op nihil uitkomt. ARS c.s. zijn dan ook bereid om in totaal een bedrag van € 17.917,- aan winstdeling over 2007 en 2008 te betalen. [geïntimeerde] heeft de stellingen van ARS c.s. bestreden. Meer in het bijzonder stelt hij zich op het standpunt dat in het rapport van Marktlink geen afwijkende systematiek is gebruikt.