In deze civiele zaak staat de vraag centraal of de verjaring van de vernietiging van aandelenleaseovereenkomsten door Dexia Nederland B.V. is gestuit door een collectieve actie van Stichting Eegalease en de Consumentenbond. Het hof bevestigt dat de collectieve actie de verjaring stuitte, ook voor individuele vorderingen die daarop aansluiten, conform de uitleg van de Hoge Raad.
Dexia voerde aan dat de collectieve actie niet op de specifieke overeenkomsten van toepassing was en dat er sprake was van afstand van stuiting door Stichting Eegalease. Het hof verwierp deze verweren inhoudelijk en op procedurele gronden, onder meer omdat Dexia dit verweer niet eerder had ingebracht.
Het hof oordeelt dat de vernietiging van overeenkomst 16 tijdig is geschied doordat de verjaring werd gestuit. Voor overeenkomst 13 geldt een bewijsvermoeden dat de wederpartij al vóór 13 maart 2000 op de hoogte was van de overeenkomst, maar de appellant wordt toegelaten tegenbewijs te leveren. Het hof bepaalt nadere procedurele stappen voor het horen van getuigen en houdt verdere beslissing aan.