ECLI:NL:GHAMS:2015:105
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vraag over stuiting verjaring buitengerechtelijke vernietiging rechtshandelingen bij collectieve vordering
In deze civiele procedure tussen appellant en Dexia Nederland B.V. heeft het Gerechtshof Amsterdam prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad. De vragen betreffen de uitleg van de stuitende werking van een collectieve vordering op de verjaring van de buitengerechtelijke bevoegdheid tot vernietiging van rechtshandelingen volgens het Burgerlijk Wetboek.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of de stuitende werking van een collectieve vordering zich ook uitstrekt tot de buitengerechtelijke vernietiging van rechtshandelingen en of een buitengerechtelijke vernietigingsverklaring voor het verstrijken van de termijn van zes maanden hetzelfde rechtsgevolg heeft als het instellen van een nieuwe eis.
Het hof heeft partijen gelegenheid gegeven zich uit te laten over de formulering van de vragen en heeft gewezen op het grote aantal zaken waarin deze vragen relevant zijn. Het hof heeft vervolgens besloten de prejudiciële vragen aan de Hoge Raad voor te leggen en de verdere beslissing aan te houden totdat de Hoge Raad heeft geoordeeld.
Uitkomst: De verdere beslissing is aangehouden en prejudiciële vragen zijn aan de Hoge Raad voorgelegd over de stuitende werking van collectieve vorderingen op de verjaring van buitengerechtelijke vernietiging.