ECLI:NL:GHDHA:2016:4125
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- M.L.C.C. Lückers
- H.C. Plugge
- H.C. Grootveld
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep bij instellen via e-mailvolmacht
In deze zaak stond de ontvankelijkheid van de verdachte in hoger beroep centraal. De verdachte had hoger beroep ingesteld via een bijzondere volmacht die per e-mail was verzonden en waarvan de tekst was uitgeprint en ter griffie van de rechtbank overgelegd. Het hof onderzocht of deze wijze van instellen voldeed aan artikel 450 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
De advocaat-generaal voerde aan dat de verdachte niet ontvankelijk moest worden verklaard, terwijl de raadsman en de verdachte zelf de ontvankelijkheid bepleitten. Na beraadslaging oordeelde het hof dat de uitgeprinte tekst van het e-mailbericht voldeed aan de eisen die de Hoge Raad in eerdere jurisprudentie had gesteld aan bijzondere schriftelijke volmachten aan griffiemedewerkers.
Ook het ontbreken van een handtekening van de raadsman werd op grond van jurisprudentie gedekt geacht, aangezien de verdachte ter terechtzitting verklaarde dat het zijn wens was op deze wijze hoger beroep in te stellen. Het hof verklaarde de verdachte ontvankelijk en schorste het onderzoek tot een latere zitting binnen drie maanden, maar niet eerder dan een maand na heden, vanwege het zittingsrooster.
Uitkomst: Verdachte is ontvankelijk verklaard in het hoger beroep ondanks het ontbreken van een ondertekende volmacht.