ECLI:NL:HR:2009:BJ7810
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schriftelijke volmacht advocaat aan griffiemedewerker voor instellen rechtsmiddelen
Deze zaak betreft de vraag of een advocaat een schriftelijke volmacht kan verlenen aan een griffiemedewerker om namens een verdachte rechtsmiddelen zoals hoger beroep of cassatie in te stellen. De Hoge Raad analyseert de wettelijke bepalingen van de Wet stroomlijnen hoger beroep en de artikelen 449 en 450 van het Wetboek van Strafvordering.
De memorie van toelichting bij de wet geeft aan dat het mogelijk is dat een advocaat namens een verdachte via een schriftelijke bijzondere volmacht aan een griffiemedewerker hoger beroep kan instellen, hoewel dit niet expliciet in de wet is opgenomen. De Hoge Raad bevestigt dat deze bedoeling moet prevaleren boven een letterlijke lezing van de wet, mits de volmacht voldoet aan de eisen van artikel 450 Sv Pro.
In de onderhavige zaak voldeed de volmacht van de advocaat niet aan de vereisten, met name ontbrak de verklaring dat hij bepaaldelijk door de verdachte was gevolmachtigd. Het hof verklaarde het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk, wat de Hoge Raad bevestigt. De Hoge Raad benadrukt dat het de in beroep oordelende rechter is die beslist over ontvankelijkheid en tijdigheid van het rechtsmiddel.
De uitspraak onderstreept het belang van duidelijke wettelijke regels en informatievoorziening aan verdachten over de wijze van instellen van rechtsmiddelen, mede om de uitvoerbaarheid van rechterlijke uitspraken te waarborgen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen omdat de schriftelijke volmacht niet aan de wettelijke eisen voldeed.