Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 29 maart 2016
Coöperatieve Rabobank Rotterdam U.A.,
1. [geïntimeerde 1],
2. [geïntimeerde 2],
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
€ 500.000,--. Per 1 maart 2007 heeft [X] het aandeel van [Y] in de v.o.f. overgenomen voor een bedrag van € 409.147,--. Dit bedrag is volledig betaald uit het rekening-courant krediet bij de ING. De door de v.o.f. gedreven onderneming is (via een activa/passiva transactie) opgenomen in [X]. Vervolgens is de naam van [X] gewijzigd in [X] en [Z] Bureau voor Marktcommunicatie B.V. (hierna: [X] en [Z]).
De financiering bestaat uit:
Geldlening van EU380.000,00
Geldlening van EUR 380.000,00
(…)
De geldlening mag uitsluitend worden gebruikt voor de goodwill financiering
Te stellen zekerheden
(…)
€ 499.996,98.
€ 685.000,-- plus PM te betalen en aangekondigd dat zo nodig tot uitwinning van de gestelde zekerheden (recht van hypotheek op het woonhuis van [geïntimeerden].) zal worden overgegaan. De bank heeft daarbij voorts met een beroep op haar recht op verrekening de creditsaldi van [geïntimeerden]. geblokkeerd. Achtergrond voor de opzegging van de privéfinanciering was de mededeling van [geïntimeerde 1] aan Rabobank dat hij niet aan zijn verplichtingen uit hoofde van de borgstelling kon voldoen.
€ 4.000.000,-- begroot. Rabobank heeft vervolgens op 12 december 2007 een financieringsvoorstel gedaan dat overeenkwam met het verzoek. De financiering bestond uit een geldlening van € 380.000,-- en een rekening-courant krediet van € 300.000,--. [X] en [Z] heeft dit voorstel op 18 december 2007 aanvaard. [X] en [Z] heeft de op grond van deze financiering ter beschikking gestelde gelden tot een bedrag van (afgerond)
€ 500.000,-- gebruikt om het bestaande rekening-courant krediet bij de ING af te lossen.
de geldlening mag uitsluitend worden gebruikt voor de goodwillfinanciering”betekent niet dat daarmee dus ook daadwerkelijk sprake is geweest van goodwillfinanciering. De door Rabobank verstrekte gelden zijn daarvoor ook niet gebruikt. Naar het oordeel van het hof bestaat er in de gegeven omstandigheden tussen de goodwill betaling en de geruime tijd later door Rabobank aan [X] en [Z] verstrekte financiering onvoldoende verband om de conclusie te rechtvaardigen dat deze financiering (tot het bedrag van de geldlening) niet behoort tot de normale bedrijfsvoering van [X] en [Z]. Anders dan [geïntimeerden]. betogen volgt dit rechtstreekse verband tegen de achtergrond van de hiervoor weergegeven feitelijke gang van zaken, niet uit (de tekst van) de financieringsaanvraag, het financieringsvoorstel, het feit dat het bedrag van de geldlening en de goodwill
an sichovereenkomen en de overige door [geïntimeerden]. genoemde stukken.
€ 4.000.000,--.
Beslissing
opnieuw rechtdoende:
- wijst de vorderingen af;
- veroordeelt [geïntimeerden]. hoofdelijk tot terugbetaling van de door Rabobank betaalde proceskosten in de eerste aanleg ad € 1.261,64, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 augustus 2013 tot aan de dag der algehele voldoening;
- veroordeelt [geïntimeerden]. hoofdelijk in de kosten van het geding in eerste aanleg, aan de zijde van Rabobank tot op 17 juli 2007 begroot op € 267,-- aan verschotten en € 904,--aan salaris advocaat;
- veroordeelt [geïntimeerden]. hoofdelijk in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van Rabobank tot op heden begroot op € 683,-- aan verschotten en € 2.682,-- aan salaris advocaat;
- verklaart dit arrest ten aanzien van de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.