ECLI:NL:GHDHA:2017:1065
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- E.M. Vrouwenvelder
- H.A.J. Kroon
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over ontvangst pro forma bezwaarschrift en recht op dwangsom wegens niet tijdig beslissen
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning en stelde de heffingsambtenaar in gebreke wegens het niet tijdig beslissen op dit bezwaar. Hij vorderde een dwangsom wegens het uitblijven van een besluit. De heffingsambtenaar ontkende ontvangst van het pro forma bezwaarschrift, waarna de rechtbank het beroep ongegrond verklaarde.
In hoger beroep stond centraal of het bezwaarschrift daadwerkelijk door de heffingsambtenaar was ontvangen. Belanghebbende bracht bewijs van verzending via PostNL in, maar kon niet aantonen dat het bezwaarschrift ook daadwerkelijk op het kantoor van de heffingsambtenaar was aangekomen. De heffingsambtenaar ontkrachtte het ontvangstvermoeden met een geloofwaardige verklaring en registratiegegevens.
Het hof oordeelde dat het bewijs van verzending voldoende was om het ontvangstvermoeden te doen ontstaan, maar dat de heffingsambtenaar dit vermoeden overtuigend had weerlegd. Belanghebbende leverde geen aanvullend bewijs dat het bezwaarschrift was ontvangen. De mogelijkheid dat het bezwaarschrift zoek is geraakt na verzending komt voor zijn risico.
Daarom was geen sprake van een niet tijdig genomen besluit en had belanghebbende geen recht op een dwangsom. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard omdat niet aannemelijk is gemaakt dat het bezwaarschrift door de heffingsambtenaar is ontvangen.