ECLI:NL:GHDHA:2017:1437
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep strafbeschikking: ontvankelijkheid verzet en terugwijzing naar politierechter
De verdachte werd op 14 december 2014 een strafbeschikking opgelegd wegens het opzettelijk beledigen van ambtenaren tijdens hun rechtmatige taak. Tegen deze strafbeschikking werd op 6 januari 2015 verzet gedaan, maar in eerste aanleg werd dit verzet niet-ontvankelijk verklaard. Het hof heeft in hoger beroep onderzocht of de strafbeschikking daadwerkelijk langer dan 14 dagen voor het verzet aan de verdachte in persoon was uitgereikt, zoals vereist volgens artikel 257d Sv.
Uit het dossier bleek geen sluitend bewijs van uitreiking, zoals een akte of een juiste aantekening in het landelijke register. Het proces-verbaal en het zaaksoverzicht boden onvoldoende zekerheid, mede doordat het zaaksoverzicht onjuiste gegevens bevatte. Ook werd vastgesteld dat er geen wettelijke verplichting is tot het opmaken van een akte van uitreiking en dat in de praktijk hiervan vaak wordt afgezien.
Het hof concludeerde dat niet kan worden vastgesteld dat de strafbeschikking tijdig aan de verdachte is uitgereikt en dat het verzet daarom ontvankelijk moet worden geacht. De eerdere beslissing van niet-ontvankelijkheid kan niet in stand blijven. Daarom vernietigde het hof het vonnis van de politierechter en verwees de zaak terug voor inhoudelijke behandeling van het verzet. Het arrest werd gewezen door drie rechters, waarvan één niet kon ondertekenen.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en wijst de zaak terug naar de politierechter voor inhoudelijke behandeling van het verzet.