Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 2 mei 2017
de rechtspersoon naar vreemd recht
[geïntimeerde],
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
eerstegrief in principaal appel richt zich tegen de weergave van de standpunten van partijen. Deze grief kan op zichzelf niet tot vernietiging van het bestreden vonnis leiden. Voor zover er wordt geklaagd dat de volledige omvang van de hinder in het vonnis niet naar behoren naar voren is gebracht, komt dit bij bespreking van de overige grieven aan de orde.
tweedegrief in principaal appel wordt aangevoerd dat [geïntimeerde] erkent dat er enige geluidsoverlast is, dat Sealink hiervoor niet is gewaarschuwd en daarop ook (gelet op de verhuurinformatie van de makelaar) niet bedacht hoefde te zijn. Overlast is hinder en daarmee onrechtmatig. Volgens de
derdegrief is het aan [geïntimeerde] om ook de overlast te beperken van bedrijven die [geïntimeerde], die in strijd met het bestemmingsplan detailhandel exploiteert, bevoorraden en bij haar afnemen. De
vierdegrief betoogt dat Sealink bevoegd was om op te schorten. Volgens de
vijfdegrief heeft de kantonrechter een onjuiste betekenis aan het begrip gebrek in de zin van art. 7:204 BW Pro toegekend. Met de
grief in incidenteel appelvoert [geïntimeerde] aan dat de inmiddels ontstane huurachterstand de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. De grieven lenen zich voor een gezamenlijke behandeling.
Beslissing
in zoverre opnieuw rechtdoende: