Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Beslissing
De beoordeling van het verzoek
dat het daarbij ging om de bevindingen uit Tunesië, te weten de brief van [naam 6] van 30 januari 1996 met als bijlage het rapport van de expert Hassen Aisa Kaddachi d.d. 25 december 1995 [..], alsmede de brieven van [naam 6] aan [betrokkene 2] van 27 juli 1995 en 18 september 1995 [..].’Walmaro heeft niet toegelicht hoe zich haar zojuist bedoelde stelling - dat zij niet weet welke stukken (van beslissende aard) zijn achtergehouden - zich verhoudt tot dat antwoord uit die eveneens in kracht van gewijsde gegane uitspraak.
‘dat de kern van de zaak wat Walmaro betreft niet ziet op stukken die zij of de rechter niet kende, maar op stukken die [deskundige] niet kende c.q. niet heeft betrokken bij zijn schatting van de schade’, zij er (kennelijk) vanuit gaat dat het rapport van [deskundige] van beslissende betekenis is geweest bij het oordeel over de omvang van de schade. Van die veronderstelling getuigt ook haar opmerking (punt 10 van de pleitaantekeningen): ‘
De vraag tot welke schaderaming [deskundige] zou zijn gekomen als hij wèl over alle informatie zou hebben beschikt c.q. alle informatie zou hebben gebruikt, is nooit beantwoord. Deze vraag kan ook pas gesteld en beantwoord worden als duidelijk is welke informatie [deskundige] niet in zijn schatting heeft betrokken. Hieromtrent duidelijkheid verkrijgen is de inzet van deze procedure.’