ECLI:NL:GHDHA:2017:1593
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- J.M. van Baardewijk
- C. van Nievelt
- J. Calkoen-Nauta
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vervangende toestemming erkenning minderjarige door biologische vader
De zaak betreft het hoger beroep na verwijzing door de Hoge Raad over de vervangende toestemming tot erkenning van een minderjarige door haar biologische vader. De moeder verzocht het hof de eerdere beschikking van de rechtbank te vernietigen en de erkenning af te wijzen, terwijl de man de bekrachtiging van die beschikking vorderde.
De moeder voerde aan dat de man geen vaderrol wilde, de relatie gespannen was en dat erkenning het positieve opvoedingsklimaat van de minderjarige zou schaden. De man stelde dat hij zich wel degelijk inzette en dat de moeder hem erkenning belette. De bijzondere curator benadrukte het belang van juridische erkenning van de biologische vader voor de minderjarige.
Het hof oordeelde dat de rechtbank Amsterdam terecht had geoordeeld dat vervangende toestemming verleend kon worden, omdat de belangen van de moeder bij een ongestoorde verhouding met de minderjarige niet worden geschaad en de emotionele ontwikkeling van het kind niet in het gedrang komt. De man accepteert de gezinssituatie met de nieuwe partner van de moeder en wenst geen inbreuk te maken op het gezinsleven, maar alleen de biologische band juridisch te bevestigen.
De Hoge Raad had eerder overwogen dat de toestemming van de moeder voor erkenning door een andere man dan de biologische vader slechts voorwaardelijk is zolang niet definitief een verzoek tot vervangende toestemming is geweigerd. De man had tijdig een verzoek ingediend, waardoor de erkenning door de nieuwe partner van de moeder slechts voorwaardelijk was.
Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank Amsterdam en wees het hoger beroep van de moeder af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vervangende toestemming tot erkenning door de biologische vader en wijst het hoger beroep van de moeder af.