ECLI:NL:HR:2002:AE0745
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- A.G. Pos
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vervangende toestemming erkenning kind en nietigheid van latere erkenning
Verzoeker, de moeder van een in 1997 geboren kind, weigerde toestemming voor erkenning door de verwekker. De rechtbank verleende vervangende toestemming aan de verwekker, waarna de moeder met toestemming een ander, haar echtgenoot, het kind erkende. De verwekker stelde dat deze toestemming niet-rechtsgeldig was en vroeg nietigheid vast te stellen.
Het hof bevestigde de vervangende toestemming en verklaarde de toestemming aan de echtgenoot niet-rechtsgeldig. De moeder stelde beroep in cassatie tegen deze beslissingen. De Hoge Raad overwoog dat zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de moeder erkenning nietig is, maar dat vervangende toestemming deze nietigheid opheft.
De Hoge Raad stelde dat gedurende de procedure tot vervangende toestemming de moeder slechts voorwaardelijk toestemming kan geven aan een ander, die pas rechtsgevolg heeft als de vervangende toestemming definitief wordt geweigerd. Het beroep werd verworpen en de nietigheid van de latere erkenning bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt de nietigheid van de erkenning door een ander dan de verwekker tijdens de procedure tot vervangende toestemming.