Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.[appellant],
1.Aegon Schadeverzekering N.V.,
2. Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V.,
3. ASR Verzekeringen N.V.,
4. Achmea Schadeverzekeringen N.V.,
5. Delta Lloyd Schadeverzekering N.V.,
6. London Verzekeringen N.V.,
7. Reaal Schadeverzekeringen N.V.,
grief 2). Deze betwisting onderbouwt [appellant] c.s. met bevindingen van door hem ingeschakelde onderzoekers, neergelegd in twee rapporten van Brand Technisch Bureau (hierna: rapport BTB I en rapport BTB II). De belangrijkste conclusie van BTB is, aldus [appellant] c.s., dat er sprake is van één primaire brandhaard, te weten in de slaapkamer. Verder concludeert BTB dat elders in de woning onder invloed van de afgegeven (stralings)warmte van (zeer) hete rookgassen, die zich door de woning hebben verspreid als hiervoor in r.o. 3 weergegeven, secundaire brandhaarden zijn ontstaan, die derhalve niet kunnen worden toegeschreven aan brandstichting (BTB II, p. 22). Dit scenario kan volgens BTB II, p. 11, ‘objectief worden geverifieerd’ aan de hand van de waarnemingen van twee politiesurveillanten, die 12 minuten na de 112-melding van 09.31 uur bij de woning arriveerden en die enige tijd hierna zagen dat de brand zich uitbreidde naar de inpandige garage. Indien sprake was geweest van brandstichting in de garage, hadden de beide surveillanten volgens BTB, gezien het tijdsverloop, een inmiddels volledig ontwikkelde brand moeten hebben waargenomen. In dit verband is volgens BTB voorts van belang dat de deur tussen de tussenruimte (E) en de achter-entree (G), die volgens I-Tek ten tijde van de brand gesloten zou zijn geweest zodat branduitbreiding vanuit de slaapkamer naar de deel (J) en bijkeuken (H) kan worden uitgesloten, in werkelijkheid open heeft gestaan. Ook de deur tussen de achter-entree (G) en de bijkeuken (H) heeft volgens I-Tek ten tijde van de brand opengestaan.
- De door [appellant] c.s. gestelde route van de rookgassen betreft slechts een aanname. Deze aanname houdt er geen rekening mee dat eventuele hete rookgassen in ruimte G door de openstaande achterdeur naar buiten zouden ontsnappen.
- Verder is door [appellant] c.s. geen rekening ermee gehouden dat de deur (G/H) tussen de achter-entree en de bijkeuken gesloten was, zodat rookgassen zich niet door die deur kunnen hebben verspreid. Dat deze deur gesloten was, blijkt uit de mate en wijze van aantasting door rook/roet en de opgelopen brandschade waarbij verf van het kozijn aan de zijde van de bijkeuken was afgebladderd, terwijl daarvan aan de zijde van de achter-entree geen sprake was. In de achter-entree was de aantasting door de brand/vuur nagenoeg te verwaarlozen.
- Omdat de deur van de achter-entree naar de bijkeuken gesloten was, vormde de aangetroffen plaats van ontstaan van brand in de bijkeuken een tweede primaire ontstaansplaats en was deze brand geen gevolg van de brand in de slaapkamer.
- Hoewel de deur (J/H) tussen de bijkeuken en de garage/werkplaats tijdens de brand (deels) heeft opengestaan, kan worden uitgesloten dat de brand in de garage is veroorzaakt door hete rookgassen vanuit de bijkeuken. Er was namelijk geen sprake van afbladderen van verf van zowel de deur als het kozijn tussen de bijkeuken en de garage. Aan de sluitzijde van deze deur hing in de garage op het kozijn een riem. Op foto’s is zichtbaar dat die riem en de verf op het kozijn achter de riem niet of nauwelijks door vuur zijn aangetast, hetgeen wel het geval zou zijn geweest als zeer hete luchtstromen het kozijn hadden gepasseerd. Verder is ook een plank met kledinghaken aan die zijde van de deur deels niet door vuur aangetast, terwijl ook dit deel van de plank door vuur zou zijn aangetast wanneer sprake was geweest van hete luchtstromen.
- Het feit dat surveillanten (pas) 12 minuten nadat de hulpdiensten zijn gewaarschuwd, de brand hebben waargenomen in de inpandige garage, vormt geen onderbouwing voor de stelling van [appellant] c.s. dat de brand in de garage een secundaire brandhaard is. Een zich ontwikkelende brand hoeft niet ineens over te gaan in een uitgebreide vlammende brand. Er kan sprake zijn van een eerst smeulende brand, die zich pas na enkele minuten tot tientallen minuten ontwikkelt tot een vlammende brand.
- [appellante] heeft verklaard geen brand in de slaapkamer te hebben gezien. Dit strookt niet met het scenario van [appellant] c.s. dat de brand in de slaapkamer als gevolg van een technische oorzaak is begonnen en vandaar de brand in de bijkeuken en de garage heeft veroorzaakt. In dat scenario zou [appellante] – gelet op het feit dat [appellant] al rook en vuur door de achterdeur waarnam voordat hij om 9.31 uur (15 minuten nadat hij [appellante] nog buiten had gesproken) – de brand al hebben moeten waarnemen op het moment dat zij, naar eigen zeggen, haar tas en portemonnee in de slaapkamer ging pakken.
nietwas gesloten. In het rapport (...) beweert I.Tek thans dat een tweede deur – bijkeuken/achter entree – eveneens gesloten zou zijn geweest.
nietwas gesloten hetgeen heeft bijgedragen aan de verspreiding van – zeer – hete rookgassen en het ontstaan van separate brandhaarden.
grief 8aan dat er wel degelijk specifieke aanwijzingen zijn voor een overval (MvG, nr. 166 e.v.):
- verschillende kasten en laden waren geopend, wat erop wijst dat deze doorzocht zijn;
- er is geld meegenomen uit het geldkistje;
- twee getuigen hebben verklaard dat een auto met hoge snelheid wegreed vanuit de richting van de brandende boerderij met daarin 4 of 5 mensen, mogelijk de overvallers;
- [naam] (broer en buurman van [appellant]) heeft een onbekende auto zien staan op de [[...]weg];
- gezien is dat een onbekend gebleven fietser hard voorbijreed vanuit de richting van de brand zonder zich iets aan te trekken van de brand;
- [appellant] heeft zelf een auto op de oprit van de overbuurvrouw zien wegrijden toen deze buurvrouw thuiskwam.
- de aard van de verwondingen van [appellante]; het letsel toont onder meer aan dat zij een klap in haar nek en/of op haar hoofd heeft gehad en voorts had zij vingerafdrukken op haar linker bovenarm staan (MvG, nr. 132-133);
- de plotselinge (kortstondige) herinnering van [appellante] een week na het voorval dat zij in het kantoortje is geweest (MvG, nr. 141);
- de omstandigheid dat [appellante] de voordeur, die normaliter met een nachtslot en twee hulpgrendels was afgesloten, heeft geopend (MvG, nr. 206-207).
vrijdag 8 september 2017,
om 9.30 uur;
binnen veertien dagen na heden, onder gelijktijdige opgave van de verhinderdata van beide partijen in de maanden september tot en met november van 2017, opgeeft dan verhinderd te zijn, de raadsheer-commissaris (in beginsel eenmalig) een nadere datum en tijdstip voor de comparitie zal vaststellen;
uiterlijk twee weken vóór de comparitiein kopie aan de griffie handel en aan de wederpartij te zenden;