Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
zaak-rolnummer rechtbank: 119971 / HA ZA10-472
Arrest van 6 juni 2017
inzake de zaak met bovenvermeld zaaknummer van:
Het Grootslag Beheer B.V.,
Gemeente Medemblik,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
(1.1) De rechtsvoorganger van Het Grootslag en de Gemeente hebben op 20 juni 2003 een exploitatieovereenkomst in de zin van art. 42 WRO Pro (oud) gesloten (hierna: de exploitatieovereenkomst). In deze exploitatieovereenkomst heeft de Gemeente medewerking verleend aan Het Grootslag tot het in exploitatie brengen van gronden in het op een kaart aangegeven exploitatiegebied, gelegen in het plangebied ‘Het Grootslag’ te Wervershoof, zulks ten behoeve van de ontwikkeling van glastuinbouw. Het Grootslag diende daartoe het geheel van voorzieningen van openbaar nut, als nader in de overeenkomst aangeduid, te realiseren, een en ander conform een op te stellen ‘Ambitieus Inrichtingsplan’.
(1.2) In artikel 8 van Pro de exploitatieovereenkomst is bepaald dat het verhaal van de kosten van de realisatie van de voorzieningen van openbaar nut (zoveel mogelijk) zal plaatsvinden via of in het kader van de uitgifte door Exploitant (Het Grootslag, hof) van de door haar verworven gronden en dat het uiteindelijke batig/nadelig saldo van de grondexploitatie voor Exploitant is. Voorts is in art. 9 van Pro de overeenkomst bepaald:
“9.1 Ten aanzien van de binnen het Plangebied gelegen gronden, welke eigendom zijn van derden en waarop derden glasopstanden willen realiseren, zal de Gemeente zich maximaal inspannen om haar bevoegdheid tot wijziging van de bestemming slechts in te zetten, nadat de Gemeente een exploitatieovereenkomst heeft gesloten met deze derden.9.2 De Gemeente zal zich maximaal inspannen om, in de onder lid 1 bedoelde te sluiten exploitatieovereenkomsten met derden, aan deze derde(n) een bijdrage op te leggen in de door Exploitant voor het Plangebied aangelegde en betaalde voorzieningen van openbaar nut. Deze door de Gemeente te ontvangen bijdrage zal de Gemeente alsdan direct na ontvangst doorbetalen aan Exploitant."(1.3) In het plangebied waarop de exploitatieovereenkomst ziet, geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied’. Volgens de ter plaatse geldende bestemming ‘Agrarisch Gebied’ is geen glastuinbouw toegestaan. Het bestemmingsplan kent een wijzigingsbevoegdheid op grond waarvan het College van burgemeester en wethouders (B&W) de bestemming kan wijzigen naar ‘Glastuinbouwbedrijf’.
(1.4) Het Grootslag heeft gronden verworven in het Exploitatiegebied. Voorts heeft Het Grootslag, met goedkeuring van de Gemeente, het ‘Ambitieuze Inrichtingsplan’ opgesteld.
(1.5) Het Grootslag heeft de Gemeente bij brief van 3 mei 2005 gevraagd te bevestigen dat:
“a. als een vrije vestiger gronden aankoopt in het desbetreffende gebied bij de medewerking het Ambitieuze Inrichtingsplan voor het gehele aangekochte gebied geldt, enb. de bijdrage in de kosten die de Gemeente in rekening brengt wordt gebaseerd op de te maken kosten voor inrichting van het gehele gebied conform de exploitatiebegroting van juni 2005 van Het Grootslag, inclusief een nacalculatie en een verrekening na realisatie van het gehele plan.”(1.6) In antwoord hierop heeft de Gemeente bij brief van 1 juli 2005 de gevraagde bevestiging gegeven.
(1.7) De in voormelde brieven bedoelde exploitatiebegroting van juni 2005 sluit op een bedrag van € 19.842.368,--. De kosten voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut zijn per vierkante meter begroot op € 12,28.
(1.8) Het Grootslag is eind 2005 overgegaan tot uitvoering van de volgende werkzaamheden in het plangebied:
rioolwaterzuivering;
- de aanleg van 9 km fietspad;
- de verruiming van bermen van wegen ten behoeve van de aanleg van fietspaden en
groenvoorzieningen;
is in eigendom bij derden. Een van deze derden is [naam v.o.f.] v.o.f. (hierna: [A] ), die10 ha bezit.
“(…) Op het perceel willen wij graag plusminus 8 ha. kassen realiseren.In dat kader zenden wij bijgaand in de eerste plaats de complete bouwaanvraag. Voor zover voor honorering van het bouwplan wijziging van het bestemmingsplan [of vrijstelling] nodig is, verzoeken wij u beleefd gebruik te maken van de [in dat kader voorziene] wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan.(…)De brief vervolgt verder dat [A] bereid is een exploitatiebijdrage te betalen, voor zover hij is gebaat met voorzieningen die vanwege de Gemeente worden getroffen, maar dat hij niet inziet waarom hij meer zouden moeten betalen dan [B] en [C] [hof: zie rechtsoverwegingen 1.16 en 1.17 in dit arrest] aan wie een bijdrage is gevraagd van € 2,-- per meter netto nieuw te bebouwen oppervlakte in verband met de kosten van het gerealiseerde fietspad.
"Per brief van 28 december 2005 (...) hebben wij u geïnformeerd omtrent ons actuele beleidsstandpunt met betrekking tot glastuinbouwgebied het Grootslag. In dat kader hebben wij u meegedeeld dat bij medewerking aan een zogenaamde vrije vestiger het Ambitieus Inrichtingsplan voor het gehele (gekochte) gebied geldt. Verder hebben wij u meegedeeld dat de bijdrage in de kosten die de Gemeente in rekening brengt gebaseerd wordt op de te maken kosten voor inrichting van het gehele gebied conform de exploitatiebegroting d.d. juni 2005 van het Grootslag B.V. inclusief een nacalculatie en verrekening na realisatie van het gehele plan.Het hierboven weergegeven beleidsstandpunt is sindsdien niet gewijzigd. Aan de voorwaarden voor medewerking gelden daarom nog steeds de voorwaarden zoals wij die in de brief van 28 december hebben omschreven. Voor de realisatie van het Ambitieus Inrichtingsplan en de overige exploitatie van het gebied willen wij met u een exploitatieovereenkomst sluiten. Uw gronden worden immers ook gebaat bij de voorzieningen van openbaar nut die worden getroffen, waaronder de uitvoering van het Ambitieus Inrichtingsplan. (...)Zoals al eerder gesteld, is de bijdrage in de kosten die de Gemeente in rekening brengt gebaseerd op de te maken kosten voor inrichting van het gehele gebied conform de exploitatiebegroting d.d. juni 2005 van het Grootslag B.V. inclusief een nacalculatie. (...) Dit betekent dat u rekening dient te houden met een omslagbijdrage van € 12,- per te bebouwen vierkante meter. (...)"(1.16) B&W hebben bij brief van 25 juli 2008 aan [A] toegezegd haar bouwaanvraag voor het oprichten van kassen te zullen honoreren door de procedure in gang te zetten voor het wijzigen van de bestemming van het perceel. Hierbij is bevestigd dat een exploitatieovereenkomst zal worden gesloten op grond waarvan [A] rekening moet houden met een omslagbijdrage voor voorzieningen van openbaar nut van € 2,-- per te bebouwen vierkante meter. In de brief is vermeld:
“In uw brief van 8 december 2007 heeft u gesteld dat u in dat kader een exploitatieovereenkomst wenst te sluiten onder de voorwaarden die ook gelden voor de firma [B] en de firma [C] ."
(1.18) Bij brief van 8 september 2008 heeft Het Grootslag de Gemeente in gebreke gesteld.
(primair)
(a) een verklaring voor recht dat de Gemeente toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de exploitatieovereenkomst en de aanvullende overeenkomst van 1 juli 2005, alsmede
(b) veroordeling van de Gemeente tot betaling van € 1.782.900,-- als schadevergoeding voor de kosten van realisatie van voorzieningen van openbaar nut voor 21 ha uitgeefbare grond die niet in eigendom is van Het Grootslag. Het Grootslag legt daaraan – kort gezegd – ten grondslag dat de Gemeente haar verplichting niet nakomt zich maximaal in te spannen voor het sluiten van exploitatieovereenkomsten met derden om de kosten voor de voorzieningen van openbaar nut te verhalen.
(subsidiair)
(c) vernietiging wegens dwaling van de exploitatieovereenkomst en aanvullende overeenkomst van 1 juli 2005 wat betreft de verplichting van Het Grootslag om op eigen rekening en risico voorzieningen van openbaar nut aan te leggen ten behoeve van delen van het plangebied die niet in eigendom zijn van Het Grootslag en/of haar rechtsvoorgangers;
(d) een verklaring voor recht dat de Gemeente onrechtmatig heeft gehandeld jegens Het Grootslag door een overeenkomst aan te gaan die in strijd is met de wet zonder Het Grootslag daarvoor te waarschuwen, met
(e ) veroordeling van de Gemeente tot betaling van schadevergoeding en
(f) vrijwaring.
Beoordeling van de primaire vordering
Daarnaast is uitgangspunt dat [A] in 2003 bij de Gemeente een verzoek heeft ingediend tot het oprichten van een kas op zijn gronden en dat hij in verband daarmee bij brief van 31 oktober 2005 de complete bouwaanvraag heeft toegezonden aan de Gemeente met de mededeling dat hij op zijn perceel plusminus 8 ha kassen wilde realiseren. Hij heeft daarbij tevens schriftelijk aan de Gemeente verzocht om, voor zover voor honorering van het bouwplan wijziging van het bestemmingsplan [of vrijstelling] nodig was, gebruik te maken van de [in dat kader voorziene] wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan. Aansluitend hieraan heeft [A] in maart 2007 een bouwvergunning aangevraagd bij de Gemeente voor de ontwikkeling van glastuinbouw op een perceel binnen het plangebied.
Tot slot staat met de uitspraak van de Hoge Raad inmiddels vast dat wat betreft het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid de (oude) WRO van toepassing was gebleven en dat de Gemeente, in ieder geval tot 1 juli 2009, geen wettelijke mogelijkheid had om een verplichte exploitatiebijdrage op te leggen aan [A] , wanneer de door deze gedane aanvraag werd ingewilligd via een zodanige wijziging van de ter plaatse geldende bestemming.
Het Grootslag heeft gesteld dat de Gemeente desondanks méér inspanningen had moeten en kunnen verrichten. Zij heeft in dit verband gesteld (memorie van grieven 29) dat de Gemeente heeft nagelaten om de haar (verder) toekomende planologische middelen in te zetten. Hierbij heeft Het Grootslag gewezen op (i) de mogelijkheid van weigering van het in procedure brengen van een nieuw wijzigingsplan zolang niet voldoende verzekerd was dat [A] de wenselijke en noodzakelijke voorzieningen van openbaar nut zou bekostigen (omdat het project anders planologisch en economisch niet uitvoerbaar was), (ii) de mogelijkheid van weigering van planologische medewerking wanneer [A] niet bereid was tot het aangaan van deze overeenkomst, dan wel het vaststellen van een exploitatieplan waarin het kostenverhaal kon worden afgedwongen, (iii) de mogelijkheid van opstelling van een nieuw bestemmingsplan waarin werd vermeld dat de wijzigingsbevoegdheid om glastuinbouw te accepteren slechts zou worden toegestaan als de bijdrage in de voorzieningen van openbaar nut verzekerd was.
Het is daarnaast volstrekt irreëel om van de Gemeente het hanteren van het aanzienlijk ingrijpender en kostbaarder middel van het opstellen van een nieuw bestemmingsplan te vergen boven de betrekkelijk eenvoudige wijzigingsmogelijkheden binnen het bestaande bestemmingsplan. Ook hier geldt dat het opstellen van een nieuw bestemmingsplan met als enige doel [A] (en mogelijk andere exploitanten) een hogere financiële bijdrage op te kunnen leggen,
détournement depouvoir zou opleveren, hetgeen van de Gemeente in het kader van haar inspanningsverplichting niet kon worden gevergd. Daarbij komt dat [A] om toepassing van de wijzigingsbevoegdheid had verzocht en de Gemeente dus op dat verzoek had te beslissen. Dit alles overigens nog los van de vraag of het door Het Grootslag gewenste resultaat aldus had kunnen worden bereikt.
Voor de volledigheid verdient in dit verband nog opmerking dat, anders dan Het Grootslag stelt, de aanvraag voor een bouwvergunning wel degelijk een verzoek tot wijziging van de bestemming omvatte (zie ook rechtsoverweging 1.12).
Slotsom
Het Grootslag zal worden verwezen in de kosten van het hoger beroep, daaronder begrepen de proceskosten die bij het hof Amsterdam zijn gemaakt. Deze kosten bestaan aan de zijde van de Gemeente uit:
- griffierecht € 4.713,--
- salaris (hof Amsterdam) € 16.030,--
- salaris (hof Den Haag) € 11.685,--
Beslissing
- veroordeelt Het Grootslag tot terugbetaling aan de Gemeente van:
- veroordeelt Het Grootslag in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van de Gemeente tot op heden begroot op € 4.713,-- aan verschotten en € 27.715,-- aan salaris advocaat, en bepaalt dat dit bedrag binnen veertien dagen na de dag van deze uitspraak moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro verschuldigd is vanaf het einde van voormelde termijn tot aan de dag der algehele voldoening.