Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest d.d. 8 augustus 2017
[onderneming],
de gemeente Vianen,
hierna te noemen: de gemeente,
advocaat: mr. K. Rutten te Utrecht.
Het verdere geding
a. Wat zou het effect op de prijzen van betonpalen in de jaren 1982 tot en met 1988 zijn geweest van een gefaseerde productie-uitbreiding van voorgespannen betonpalen door [appellante] in haar fabriek te Vianen van 1000 m³ per 1 januari 1976 tot 110.000 m³ in 1979, uitgaande van de cijfers van de werkelijke afzet en prijzen, zoals die onder meer blijken uit de in rechtsoverweging 7 van het tussenarrest van 19 mei 2005 bedoelde overzichten, en de situatie dat [O] en/of [B], en/of [L] niet tot de betonpalenmarkt was/waren toegetreden en/of [Y] met de productie van (voorgespannen) betonpalen was gestopt?
b. Zou [appellante] door de aanwezigheid van een kartel en/of andere omstandigheden tot de objectief economisch verantwoorde beslissing hebben moeten komen om minder voorgespannen betonpalen te produceren dan haar productiecapaciteit toeliet (hier kort aan te duiden als “bezettingstekort”) en zo ja, welke beslissing zou dat dan zijn geweest en wat betekent deze beslissing voor de beantwoording van de vraag over het effect op de prijzen?
c. Zou de aanwezigheid van een (eventueel) bezettingstekort als hiervoor bedoeld nog andere effecten hebben gehad die van belang kunnen zijn voor de begroting van de schade van [appellante]?
d. Wat is voor de navolgende perioden de omvang van de totale schade die [appellante] als gevolg van de wanprestatie van de gemeente heeft geleden, lijdt c.q. nog zal lijden:
(i) de periode van 1976 tot en met 1981;
(ii) de periode van 1982 tot en met 1988;
(iii) de periode vanaf 1989?
e. Zijn er verder nog opmerkingen die u vanuit uw deskundig oordeel van belang acht?
economische benaderingwordt vermogensschade gelijkgesteld aan het verlies aan ondernemingswaarde, toe te rekenen aan de schadeoorzaak. Waarde is, in financieel-economische zin, de omvang van de verwachte geldstromen op een bepaald moment. Om het verlies aan (ondernemings)waarde te berekenen, dient de omvang van de verwachte geldstromen zowel met als zonder schadeoorzaak te worden bepaald. Om de waarde van verwachte geldstromen op een bepaald moment (de peildatum) te bepalen dienen deze gedisconteerd oftewel contant gemaakt te worden naar dat moment. Dit contant maken geschiedt aan de hand van een disconteringsvoet. In deze disconteringvoet dient volgens de deskundigen ook het ondernemingsrisico gereflecteerd te worden.
- De economische benadering houdt rekening met de tijdswaarde (tijdsvoorkeur) van geld; naar mate geldstromen later worden ontvangen, worden zij lager gewaardeerd.
- De economische benadering geschiedt op basis van verwachte vrije geldstromen. Hierbij wordt afgeweken van het boekhoudkundig winstbegrip. In het bijzonder in situaties waarin sprake is van grote (des)investeringen kunnen significante verschillen ontstaan tussen vrije geldstromen en boekhoudkundige winsten of verliezen.
- In de economische benadering wordt rekening gehouden met risico’s verbonden aan de verwachte vrije geldstromen in de disconteringsvoet.
hybride methode.Hierbij wordt bij de bepaling van de schade gebruik gemaakt van ex-post informatie die beschikbaar is op het waarderingsmoment, maar de schade zelf wordt bepaald op de peildatum (de datum van de schadeveroorzakende gebeurtenis) conform de ex-ante methode.
BeslissingHet hof:
maandag 23 oktober 2017 om 14.00 uur;
binnen veertien dagen na heden, onder gelijktijdige opgave van de verhinderdata van beide partijen in de maanden oktober tot en met december 2017, opgeeft dan verhinderd te zijn, het hof (in beginsel eenmalig) een nadere datum en tijdstip voor de comparitie zal vaststellen;