ECLI:NL:GHDHA:2017:2651
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag omzetbelasting en boetebeschikking na boekenonderzoek discotheek
Het geschil betreft de vraag of belanghebbende, een fiscale eenheid bestaande uit meerdere BV's die een discotheek exploiteert, voor de jaren 2007 tot en met 2009 de vereiste aangiften omzetbelasting heeft gedaan. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag en boetes op naar aanleiding van een boekenonderzoek waarin aanzienlijke tekortkomingen in de kas- en loonadministratie werden vastgesteld.
Het boekenonderzoek toonde aan dat er sprake was van onvolledige kasadministratie, ontbreken van registraties van munten, entreegelden en activiteiten, en het uitbetalen van zwarte lonen aan niet geregistreerde werknemers. De Inspecteur maakte een theoretische omzetberekening op basis van inkoopgegevens en bezoekersaantallen, waaruit bleek dat de werkelijk behaalde omzet aanzienlijk hoger was dan verantwoord in de administratie.
De rechtbank oordeelde dat de Inspecteur aannemelijk had gemaakt dat de vereiste aangiften niet waren gedaan en dat de boete terecht was opgelegd, maar matigde deze wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het Gerechtshof bevestigt dit oordeel, wijst het hoger beroep van belanghebbende af en stelt dat de Inspecteur een redelijke schatting heeft gemaakt van de correcties. De boete wordt gehandhaafd met een vermindering vanwege samenhang met andere boetes, maar zonder verdere matiging wegens termijnoverschrijding.
De proceskostenvergoeding toegekend door de rechtbank blijft in stand, maar het Hof veroordeelt de Inspecteur niet in de kosten van het hoger beroep. De uitspraak bevestigt de naheffingsaanslag, de boete en de heffingsrente, waarmee het hoger beroep ongegrond wordt verklaard.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag en boetebeschikking en verklaart het hoger beroep ongegrond.