Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN
BEOORDELING VAN HET PRINCIPALE EN HET INCIDENTELE HOGER BEROEP
[geboortedatum] te [geboorteplaats] (hierna ook te noemen: de minderjarige), de partneralimentatie, de hoofdverblijfplaats van de minderjarige, de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, de vergoeding voor de lasten dan wel het gebruik van de echtelijke woning en de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden.
- de inboedelgoederen, nu deze volledig tot het eigendom van de man behoren;
- de bij hem in het gebruik zijnde lijfsieraden;
Kleding en lijfsieraden behoren toe aan de echtgenoot die ze in gebruik heeft of tot wiens gebruik ze zijn bestemd. Deze bepaling geldt niet voor sieraden die gedurende het huwelijk krachtens erfrecht of schenking, of reeds vóór het huwelijk door een van beide echtgenoten zijn verkregen.”
2. Roerende zaken die naar hun aard of door het feitelijk gebruik dienstbaar zijn aan de uitoefening van het beroep of bedrijf van een van de echtgenoten, behoren toe aan die echtgenoot. ….
Bij echtscheiding of scheiding van tafel en bed bestaat recht op pensioenverevening volgens de wet, tenzij schriftelijk anders wordt bepaald met het oog op echtscheiding of scheiding van tafel en bed. Partijen geven elkaar nu voor dat geval onherroepelijk volmacht tot het verzamelen van de vereiste informatie.”
“Op de waarde van overige oudedagsvoorzieningen, zoals lijfrenten en kapitaalverzekeringen die niet in het kader van de financiering van een woning zijn afgesloten, wordt het bepaalde in artikel 11 zoveel Pro mogelijk van overeenkomstige toepassing verklaard.”
BESLISSING OP HET PRINCIPALE EN HET INCIDENTELE HOGER BEROEP
J. Zwagemaker, bijgestaan door F.L. Lekahena als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 mei 2017.