ECLI:NL:GHDHA:2017:3002
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ouderlijk gezag en benoeming gecertificeerde instelling tot voogd over minderjarige
De zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de rechtbank die haar ouderlijk gezag over haar minderjarige dochter beëindigde en de gecertificeerde instelling tot voogd benoemde. De minderjarige verblijft sinds jonge leeftijd in een pleeggezin en is gehecht aan de pleegouders. De moeder betoogde dat de beëindiging van het gezag een ingrijpende maatregel is die alleen in uitzonderlijke omstandigheden gerechtvaardigd kan worden, verwijzend naar jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
De moeder stelde dat zij de problemen die tot de uithuisplaatsing leidden heeft aangepakt en dat zij het gezag wilde behouden, al dan niet gedeeld met de pleegvader. De raad en de gecertificeerde instelling stelden dat het belang van de minderjarige gediend is met duidelijkheid over haar toekomstperspectief en dat gedeeld gezag niet wenselijk is vanwege het risico op conflicten.
Het hof oordeelde dat de rechtbank terecht het gezag heeft beëindigd, omdat de aanvaardbare termijn voor onzekerheid voor de minderjarige was verstreken en het belang van het kind voorop staat. Het hof wees de verzoeken van de moeder af, bevestigde de voogdij van de gecertificeerde instelling en benadrukte het belang van het contact tussen moeder en kind, dat zich positief ontwikkelt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder en benoemt de gecertificeerde instelling tot voogd over de minderjarige.