Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 12 december 2017
Verzekerings Unie B.V.,
[naam 1] ,
appellant in het voorwaardelijk incidenteel appel,
Het geding
De feiten
De vordering in eerste aanleg en oordeel kantonrechter
primaireen beëindigingsvergoeding te voldoen van € 129.963,- en
subsidiairde gevolgen van de overeenkomst te wijzigen door aan [geïntimeerde] een beëindigingsvergoeding toe te kennen gelijk aan voornoemd bedrag dan wel een in goede justitie te bepalen financiële vergoeding, zowel primair als subsidiair met veroordeling van VU in de kosten van de procedure. Hieraan heeft [geïntimeerde] ten grondslag gelegd – kort gezegd – dat sprake is van dwaling/bedrog/misbruik van omstandigheden doordat VU ten tijde van het aangaan van de beëindigingsovereenkomst [geïntimeerde] niet in kennis heeft gesteld van haar reorganisatieplannen. Indien VU dit wel zou hebben gedaan, dan was [geïntimeerde] niet onder dezelfde voorwaarden met beëindiging van zijn dienstverband akkoord gegaan.
“het rapport dat door [naam 2] schriftelijk werd verstrekt aan [de getuige] eind januari 2012 en waarover [de getuige] heeft verklaard in deze procedure op 8 januari 2014 (zie proces-verbaal getuigenverhoor d.d. 8 januari 2014)”.
“Resteert een niet onbelangrijk punt, namelijk wat indien het rapport niet bestaat, zoals door VU aangevoerd? Voor het geval VU dat standpunt handhaaft wordt partijen in overweging gegeven een modus te vinden waarbinnen [geïntimeerde] de gelegenheid wordt geboden zich hiervan te vergewissen.”Het rapport van [naam 2] is door VU niet verstrekt; VU heeft haar standpunt gehandhaafd dat het rapport niet bestaat. Wel heeft VU een aantal (gecensureerde) sheets overgelegd die door [naam 2] op 1 februari 2012 zijn gebruikt bij een door hem gehouden presentatie aan de door VU opgerichte “Stuurgroep”.
De verdere beoordeling in hoger beroep
Beslissing in het incident en in de hoofdzaak
- veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van de procedure, aan de zijde van VU voor de eerste aanleg begroot op € 2.450,- aan salaris voor de advocaat, en voor de procedure in hoger beroep, in het principaal en incidenteel appel tot op heden begroot op € 5.237,84 aan verschotten (€ 77,84 aan explootkosten en € 5.160,- aan griffierecht) en op € 4.606,- aan salaris van de advocaat;
- verklaart dit arrest in zoverre uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst het meer of anders gevorderde af.