ECLI:NL:GHDHA:2017:4092
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toelating tot schuldsaneringsregeling op grond van hardheidsclausule
Appellanten hebben bij de rechtbank een verzoek ingediend tot toelating tot de schuldsaneringsregeling vanwege een totale schuldenlast van circa €250.000. De rechtbank wees dit verzoek af omdat niet aannemelijk was dat appellanten te goeder trouw waren geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van hun schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek, en omdat twijfels bestonden over de nakoming van verplichtingen uit de regeling.
In hoger beroep heeft het hof de feiten opnieuw gewogen. Het hof constateerde dat appellanten een lening bij Rabobank zijn aangegaan om een franchise-onderneming te starten, wat niet onverantwoord was. De schulden aan de Belastingdienst betreffen onder meer belastingschulden en terugvorderingen die binnen de vijfjaarsperiode vallen en die in beginsel niet te goeder trouw zijn ontstaan.
Desondanks acht het hof op grond van de hardheidsclausule dat appellanten inmiddels hun financiële situatie onder controle hebben, gezien het staken van ondernemersactiviteiten, het hebben van een arbeidsbetrekking en sollicitatie-inspanningen. Ook zijn er geen nieuwe schulden ontstaan in het afgelopen anderhalf jaar. Daarom wordt het vonnis van de rechtbank vernietigd en wordt appellanten alsnog toegang tot de schuldsaneringsregeling verleend.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en verleent appellanten alsnog toegang tot de schuldsaneringsregeling op grond van de hardheidsclausule.