ECLI:NL:GHDHA:2017:4310
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over vergoeding reisuren en overwerk bij arbeidsovereenkomst zonder overeengekomen werkplaats
In deze zaak staat de vergoeding van overuren en reistijd centraal bij een arbeidsovereenkomst waarbij niet is overeengekomen voor welke plaats de arbeid wordt verricht. Appellant vordert betaling van overuren en reistijdvergoeding op grond van de cao Metaalnijverheid.
De kantonrechter wees een deel van de vordering af, met name de geschatte reistijdvergoeding van €38.475, omdat deze was gebaseerd op een algemene schatting van 300 uur per jaar. Het hof handhaaft het uitgangspunt van een 38-urige werkweek zoals vermeld in de arbeidsovereenkomst en wijst het deel van de vordering wegens verjaarde en betwiste uren af.
Appellant heeft een specificatie van reisuren overgelegd, maar deze voldeed niet aan de opdracht om de reistijd nauwkeurig te specificeren en te toetsen aan redelijke reistijden volgens openbaar vervoer. Het hof constateert dat appellant aanspraak kan maken op een substantieel aantal reisuren, maar dat de exacte omvang niet kan worden vastgesteld.
Het hof stelt daarom het bedrag van de vergoeding in redelijkheid vast op 30% van het opgevoerde aantal uren, wat neerkomt op €10.300 bruto, vermeerderd met een wettelijke verhoging van 20% en wettelijke rente. Het vonnis van de kantonrechter wordt vernietigd voor zover het de reisuren betreft en het hof veroordeelt Airconomics tot betaling van dit bedrag en tot het verstrekken van een specificatie van de betaling.
Uitkomst: Het hof veroordeelt Airconomics tot betaling van €10.300 bruto plus wettelijke verhoging en rente voor reisuren, en vernietigt het vonnis van de kantonrechter voor dat onderdeel.