Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
30 november 2016 van de rechtbank Den Haag.
PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN
- [de minderjarige sub 1] , geboren [in] 2007 te [geboorteplaats] , Frankrijk (hierna: [de minderjarige sub 1] ), en
- [de minderjarige sub 2] , geboren [in] 2008 te [geboorteplaats] , Frankrijk (hierna: [de minderjarige sub 2] en gezamenlijk met [de minderjarige sub 1] te noemen: de minderjarigen),
- partijen zijn [in] 1999 met elkaar gehuwd;
- bij vonnis van de rechtbank te [plaats] , Frankrijk, van [een datum in] 2012 is tussen partijen de echtscheiding uitgesproken en is de tussen partijen gesloten overeenkomst met betrekking tot de gevolgen van de echtscheiding bekrachtigd; partijen zijn bij die overeenkomst - onder meer - overeengekomen dat zij beslissen dat de gebruikelijke woonplaats van de kinderen in de woonplaats van de moeder is, te weten op de dag van de overeenkomst in [postcode] [plaatsnaam] aan de [adres] (bedoeld zal zijn: [plaatsnaam] ), Nederland;
- partijen hebben gezamenlijk het gezag over de minderjarigen;
- bij beschikking van 9 juli 2015 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch is het verzoek van de vader tot wijziging van de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen afgewezen en is voorts de tussen partijen bij echtscheiding overeengekomen regeling met betrekking tot het omgangs- en verblijfsrecht - voor zover hier van belang - gewijzigd in die zin dat een regeling voor de vakanties is vastgelegd;
- partijen hebben op 26 augustus 2015 in Frankrijk een overeenkomst (“Convention d’accord de garde d’enfants”) getekend die door de vader is opgesteld in de Franse taal en waarvan de door de vader overgelegde vertaling onder meer het volgende inhoudt:
- de minderjarigen hebben van medio juli 2015 tot de tweede week van de kerstvakantie 2015 bij de vader in [woonplaats] , Frankrijk verbleven;
- de minderjarigen zijn in die periode in [woonplaats] , Frankrijk, naar school gegaan; in de herfstvakantie hebben zij met de moeder in Nederland verbleven;
- de minderjarigen verblijven vanaf de tweede week van de kerstvakantie 2015 bij de moeder in [woonplaats] ; de moeder heeft de vader op 2 januari 2016 bericht dat de minderjarigen in Nederland blijven;
- de vader heeft zich op 19 mei 2016 gewend tot de Nederlandse Centrale Autoriteit;
- de moeder heeft de Franse en Turkse nationaliteit, de vader en de minderjarigen de Franse nationaliteit.