ECLI:NL:GHDHA:2018:131
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- A.H.N. Stollenwerck
- I. Obbink-Reijngoud
- J.B. Backhuijs
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen opheffing vereffening nalatenschap beneficiair aanvaarde erflater
De nalatenschap van de op 8 januari 2017 overleden erflater is door alle erfgenamen beneficiair aanvaard, waardoor zij gezamenlijk vereffenaar zijn. De verweerster, tevens erfgenaam en vereffenaar, heeft bij de rechtbank een verzoek tot opheffing van de vereffening ingediend zonder instemming van de andere vereffenaren, verzoekers 1 en 2.
De rechtbank heeft dit verzoek toegewezen en de vereffening opgeheven, met vaststelling van de gemaakte kosten. De verzoekers kwamen hiertegen in hoger beroep en stelden dat het verzoek tot opheffing onbevoegd was omdat het door slechts één vereffenaar was ingediend zonder instemming van de anderen, en dat de verrekening van vorderingen en schulden onjuist was toegepast.
Het hof overweegt dat op grond van artikel 4:195 BW Pro alle erfgenamen die beneficiair aanvaarden gezamenlijk vereffenaar zijn en dat het verzoek tot opheffing van de vereffening gezamenlijk moet worden gedaan of met instemming van alle vereffenaren. Nu dit niet het geval was en verzoekers niet als belanghebbenden waren opgeroepen, is het verzoek onbevoegd ingediend.
Daarnaast is gebleken dat de boedelbeschrijving slechts door één vereffenaar is opgesteld en dat deze onjuistheden bevat. Het hof vernietigt daarom de beschikking van de rechtbank, wijst het verzoek tot opheffing af, en bepaalt dat de vereffeningswerkzaamheden moeten worden hervat. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd omdat partijen gezamenlijk erfgenamen zijn.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking tot opheffing van de vereffening en wijst het verzoek tot opheffing af wegens onbevoegdheid.