Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
beschikking van 26 juni 2018
Bouwbedrijf [naam] B.V.,
[geïntimeerde],
Het geding
De feiten en procedure bij de kantonrechter
De procedure in hoger beroep
dusfinancieel nadeel heeft geleden doordat [appellante] het dienstverband niet heeft hersteld. Dat [geïntimeerde] daadwerkelijk enig financieel nadeel heeft geleden als gevolg van de kennelijk onredelijke opzegging, blijkt niet uit het vonnis van de kantonrechter en is naar het oordeel van het hof ook in hoger beroep niet voldoende aannemelijk geworden. In dit verband acht het hof het volgende van belang.
nietvalt af te leiden dat [geïntimeerde]
nietbinnen 26 weken zou kunnen herstellen, leidt nog niet tot de conclusie dat hieruit valt af te leiden dat [geïntimeerde]
welbinnen 26 weken zou herstellen. Dat er op enig moment daadwerkelijk sprake is geweest van herstel van [geïntimeerde] voor zijn eigen werk dan wel ander passend werk bij [appellante] blijkt naar het oordeel van het hof dan ook nergens uit. Door het UWV is ook diverse malen geoordeeld dat [geïntimeerde] niet meer in staat was zijn oorspronkelijke functie te vervullen.
- in mei 2013 constateerde de bedrijfsarts dat [geïntimeerde] kampte met meerdere fysieke en psychische aandoeningen, waarvoor hij werd behandeld. Hij was al vele jaren bekend met deze problemen en had hierdoor beperkingen op fysiek, psychisch en energetisch vlak. Als gevolg van deze beperkingen werd hij niet belastbaar geacht met eigen of passend werk. Eerst diende het effect van de behandelingen te worden afgewacht en diende [geïntimeerde] adequate psychische hulp in te zetten (e-mail van de bedrijfsarts aan [appellante] van 30 mei 2013);
- op 22 augustus 2013 berichtte verzuimadviseur Health-Ki dat [geïntimeerde] een breed scala aan klachten presenteerde naast frictie met werkgever, waaronder pijnklachten lumbaal, gluteaal en linkerbeen, heftige krampen in linker onderbeen en voet, darmproblemen, obstipatie, visusproblemen. Daarnaast had [geïntimeerde] in de periode daarvoor diverse psychische belastende ervaringen doorgemaakt zoals het plotseling overlijden van een boezemvriend, mentale en fysieke mishandeling in de schoonfamilie;
Bovenstaande pt, zie ik regelmatig op mijn spreekuur ivm psychische klachten en langdurige rechtsgang sinds zijn ontslag.”
Beslissing
in zoverre opnieuw rechtdoende:
- veroordeelt [appellante] om aan [geïntimeerde] een afkoopsom te betalen van € 23.000,- bruto, verminderd met het door [appellante] aan [geïntimeerde] betaalde loon over de periode vanaf 15 april 2017;
- compenseert de proceskosten van het principaal hoger beroep;
- veroordeelt [geïntimeerde] in de proceskosten van het incidenteel hoger beroep, tot op heden begroot op € 1.580,50 aan salaris advocaat;
- wijst af het meer of anders verzochte.