ECLI:NL:GHDHA:2018:1569
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding tussen ex-echtgenoten
In deze zaak stond de ontbinding van de arbeidsovereenkomst centraal, waarbij de werkgever KSB een verstoorde arbeidsverhouding tussen werknemer en haar ex-echtgenoot als grond aanvoerde. De werknemer was werkzaam als orderverwerker en was getrouwd geweest met een van de directeuren van KSB. Na hun echtscheiding ontstonden spanningen die de werkgever aanleiding gaven de arbeidsovereenkomst te willen beëindigen.
De kantonrechter had de arbeidsovereenkomst ontbonden en een transitievergoeding toegekend. De werknemer ging in hoger beroep en voerde aan dat de verstoorde arbeidsverhouding onvoldoende was onderbouwd en dat herplaatsing niet serieus was onderzocht. Het hof oordeelde dat de enkele aanwezigheid van spanningen tussen ex-echtgenoten op de werkvloer onvoldoende is voor ontbinding, zeker omdat de werkgever geen herplaatsingsmogelijkheden had onderzocht.
Het hof vernietigde daarom het ontbindingsvonnis en kende een billijke vergoeding van €20.000 toe aan de werknemer, mede gelet op de loonsverhogingen en het feit dat geen ernstig verwijt aan de werkgever kon worden gemaakt. Verzoeken tot immateriële schadevergoeding en volledige proceskostenvergoeding werden afgewezen.
Uitkomst: Het hof vernietigt de ontbinding en kent een billijke vergoeding van €20.000 toe aan de werknemer.