Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
beschikking van 7 augustus 2018
de Republiek van Zuid-Afrika,
[geïntimeerde],
Het geding
De feiten en procedure in eerste aanleg
De procedure in hoger beroep
Tenzij anders overeengekomen tussen de betrokken staten, kan een staat geen beroep doen op immuniteit van rechtsmacht ten overstaan van een rechter van een andere staat die voor het overige bevoegd is ter zake van een geding dat betrekking heeft op een arbeidsovereenkomst tussen de staat en een natuurlijke persoon voor werkzaamheden die geheel of gedeeltelijk zijn verricht of dienen te worden verricht op het grondgebied van die andere staat.”
Het eerste lid is niet van toepassing indien:
Labour Court of South Africadanwel de
Commission for Conciliation, Mediation and Arbitrationte Pretoria.
The Ambassador of the Republic of South Africa”. Op de loonstroken staat als werkgever “
South African Embassy”. De toestemming voor opzegging is bij het UWV aangevraagd door “
Embassy of South Africa”. Grief II wordt verworpen.
termination benefits’ recht bestaat, indien aan de Nederlandse voorwaarden voor deze ontslagvergoeding wordt voldaan. Aangezien [geïntimeerde] langer dan twee jaar in dienst was van Zuid-Afrika en niet zelf ontslag heeft genomen, voldoet zij aan de Nederlandse wettelijke voorwaarden voor een transitievergoeding. Zuid-Afrika heeft hiertegenover gesteld dat in haar visie sprake is van een loze bepaling. Aangezien artikel 7:615 BW Pro van toepassing is, bestaat geen recht op de transitievergoeding en de ‘
termination benefits’ zijn dus niet ‘
applicable’ op [geïntimeerde].
Beslissing
- bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter te Den Haag van 12 september 2017;
- veroordeelt Zuid-Afrika in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde] tot op heden begroot op € 716,- aan griffierecht en € 3.918,- aan salaris advocaat.