ECLI:NL:GHDHA:2018:2178
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- J.E.H.M. Pinckaers
- E.J. van Sandick
- T.G. Lautenbach
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beslissing kantonrechter inzake huurprijsverlaging en schadevergoeding
In deze civiele procedure stond een geschil over huurprijsverlaging en een schadevergoeding centraal. Appellant had bij de kantonrechter een verzoek ingediend tot huurprijsverlaging wegens gebreken aan de woning, welke door de huurcommissie was afgewezen. Tevens werd een vordering van de geïntimeerde tot schadevergoeding wegens beschadiging van muren behandeld.
Het hof overwoog dat het vonnis van de kantonrechter in conventie een beslissing is krachtens artikel 7:262 BW Pro, waartegen geen hoger beroep mogelijk is, tenzij doorbrekingsgronden worden aangetoond. Appellant voerde twee doorbrekingsgronden aan: dat de kantonrechter buiten het toepassingsgebied van artikel 7:262 BW Pro was getreden en dat het beginsel van hoor- en wederhoor was geschonden. Beide gronden faalden omdat de kantonrechter het toepasselijke recht juist had toegepast en appellant voldoende gelegenheid had gehad zich te verweren.
De derde grief betrof de schadevordering van € 450,- wegens schade aan muren door een vechtpartij. Het hof oordeelde dat de geïntimeerde onvoldoende bewijs had geleverd voor het ontstaan en de omvang van de schade en wees de vordering af. Het vonnis in reconventie werd daarom vernietigd voor zover het deze vordering betrof. De kosten van de procedure in reconventie werden aan de geïntimeerde opgelegd, terwijl de kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het vonnis in conventie wordt verworpen en de schadevordering van € 450,- wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs.